SEO voor Bing is het afstemmen van je website op de manier waarop de zoekmachine van Microsoft pagina’s crawlt, beoordeelt en rangschikt. Bing voedt niet alleen Bing.com, maar ook Yahoo, Ecosia en een deel van de resultaten in DuckDuckGo. Het overlapt voor het grootste deel met wat je voor Google doet, maar er zijn genoeg verschillen om er apart naar te kijken.

Waarom Bing de moeite waard kan zijn

In Nederland is het aandeel van Bing klein vergeleken met Google. Toch is het verkeer dat eruit komt vaak interessant. Bing is de standaardzoekmachine in Windows en Edge, en op veel zakelijke werkplekken wordt die standaard nooit aangepast. Bied je B2B-diensten of software aan, dan zie je dat terug in je statistieken. De concurrentie is bovendien lager: veel bedrijven doen letterlijk niets aan Bing, waardoor een fatsoenlijk geoptimaliseerde pagina er sneller bovenaan staat.

Waar Bing anders werkt dan Google

Bing weegt een aantal signalen anders. De belangrijkste verschillen die je in de praktijk merkt:

Bing Webmaster Tools instellen

Bing Webmaster Tools is gratis en je kunt je site er in één klik importeren vanuit Google Search Console, inclusief verificatie. Daarmee heb je meteen toegang tot je vertoningen, klikken en posities in Bing. Twee onderdelen zijn extra bruikbaar: de sitescan die technische fouten oplevert, en de zoekwoordonderzoekstool die echte zoekvolumes teruggeeft zonder dat je er een advertentiebudget voor hoeft te hebben. Voor een eerste beeld van je zoekwoorden is dat een prima alternatief.

Wat er in de praktijk misgaat

De meest voorkomende fout is dat Bingbot simpelweg buiten de deur staat. Veel hostingpartijen en CDN’s hebben botfilters aanstaan die alleen Googlebot expliciet doorlaten. Andere crawlers krijgen een 403 of worden gerate-limit. Het gevolg: de site staat prima in Google en is in Bing nauwelijks te vinden. Het klassieke geval is een webshop waarvan de firewall Bingbot als verdacht verkeer aanmerkt en tegenhoudt. De productpagina’s komen dan nooit in de index terecht, hoe goed de teksten ook zijn, en aan de content sleutelen verandert daar niets aan.

Controleer daarom drie dingen voordat je aan de inhoud gaat sleutelen: staat Bingbot niet geblokkeerd in je robots.txt, laat je firewall of CDN de crawler door, en is je XML-sitemap in Bing Webmaster Tools aangemeld. Pas als die basis klopt, heeft optimaliseren zin.

De volgorde die werkt

Behandel Bing niet als een apart project. Zet je website goed neer voor Google, want dat is waar het volume zit, en vang de verschillen daarna af. Concreet: zorg dat de belangrijkste zoekterm letterlijk in je titel en H1 staat, dat je content in de HTML zit en niet pas na het laden verschijnt, dat je afbeeldingen alt-teksten hebben en dat Bingbot vrij baan heeft. Daarmee heb je het grootste deel van het verschil te pakken.

Wil je weten of jouw site technisch klaar is voor beide zoekmachines? Vraag een gratis SEO-scan aan, dan kijken we mee naar de crawlbaarheid en de indexering.

Majestic is een SEO-tool die zich volledig richt op backlinks. Het bedrijf onderhoudt een eigen crawler en een eigen index van links tussen websites, en gebruikt die om per domein of per pagina in kaart te brengen wie er naar je linkt, met welke ankerteksten en van welke kwaliteit. Waar tools als Ahrefs en Semrush een compleet SEO-pakket zijn, doet Majestic één ding en doet dat diep.

Trust Flow en Citation Flow

Majestic werkt met twee kernstatistieken die je overal in de tool terugziet. Citation Flow zegt iets over de hoeveelheid links die naar een pagina wijzen. Trust Flow zegt iets over de kwaliteit: hoe dichtbij een pagina staat bij een verzameling handmatig geselecteerde, betrouwbare websites. Beide scores lopen van 0 tot 100 en zijn logaritmisch, dus van 20 naar 30 is een veel kleinere stap dan van 50 naar 60.

De verhouding tussen die twee is waar het interessant wordt. Een domein met een Citation Flow van 45 en een Trust Flow van 5 heeft veel links van weinig waarde. Dat patroon zie je bij linkfarms, gehackte sites en verlopen domeinen die zijn volgeplempt. Zit Trust Flow ongeveer op de helft van Citation Flow of hoger, dan is het linkprofiel doorgaans gezond.

Topical Trust Flow: de context

Een score van 40 zegt weinig als je niet weet waar hij vandaan komt. Majestic deelt links in naar onderwerp en laat zien in welke categorieën een domein sterk staat. Een link van een sportsite naar een boekhoudkantoor telt minder dan een link van een financiële uitgever, ook als de scores hetzelfde zijn. Die Topical Trust Flow is de reden dat mensen Majestic naast andere tools blijven gebruiken: het relevantiesignaal is er concreter uitgewerkt.

Waar je Majestic in de praktijk voor inzet

Wat er misgaat met de scores

De grootste denkfout is Trust Flow behandelen als een rangschikkingsfactor. Google gebruikt de statistieken van Majestic niet en heeft ze nooit gebruikt. Het zijn schattingen van een externe partij, gebaseerd op een eigen index die nooit compleet is. Ze zijn nuttig om links onderling te vergelijken en onzin eruit te filteren, niet om te voorspellen wat je positie wordt.

Een tweede valkuil is naar het domein kijken in plaats van naar de pagina. Een nieuwssite kan een hoge Trust Flow hebben op domeinniveau, terwijl de sponsored sectie waar jouw link belandt door niemand gelezen of gelinkt wordt. Zet de weergave op URL-niveau en bekijk de pagina zelf.

De derde is een gevolg van hoe de tool verkocht wordt. Wie op scores stuurt, gaat vanzelf links kopen die goed scoren in Majestic in plaats van links die echte bezoekers opleveren. Een vermelding op een regionale brancheorganisatie met een bescheiden score kan meer waard zijn dan een dure plaatsing op een domein dat alleen goed oogt in een dashboard.

Heb je Majestic nodig?

Voor de meeste ondernemers is het antwoord nee. De backlinkgegevens in Google Search Console zijn gratis en volledig genoeg om te zien wie er naar je linkt. Majestic verdient zich pas terug als je actief aan linkbuilding doet en regelmatig moet beslissen of een link de moeite waard is. Wij zetten het in bij linkbuildingtrajecten, naast een handmatige beoordeling van elke site. Een score is een filter, geen oordeel.

Gastbloggen is het schrijven van een artikel voor de website van iemand anders, waarbij je in ruil daarvoor doorgaans een link naar je eigen site krijgt. Het is een van de oudste vormen van linkbuilding en het werkt nog steeds, mits je het serieus aanpakt.

Hoe het in de praktijk gaat

Je zoekt een site die over hetzelfde onderwerp gaat als jij en die lezers heeft die jij ook wilt bereiken. Je stelt een onderwerp voor, schrijft het stuk, en de eigenaar publiceert het. Ergens in de tekst of in de auteursbio staat een link naar jouw website.

Een voorbeeld. Een installateur van warmtepompen schrijft voor een blog over duurzaam verbouwen een artikel over wat slechte isolatie doet met het rendement van een warmtepomp. Halverwege verwijst hij één keer naar zijn eigen pagina over warmtepompinstallatie. Dat helpt de lezer, het past in het verhaal, en de link is verdiend.

Waarom Google er waarde aan hecht

Een link vanaf een andere site is voor Google een teken dat iemand anders jouw pagina de moeite waard vindt. Hoe relevanter en betrouwbaarder die site, hoe zwaarder dat signaal weegt. Bij gastbloggen betaal je niet voor die link, je verdient hem met een artikel dat er mag zijn.

Wat er misgaat

Wanneer het wel loont

Kies weinig sites, maar goede. Schrijf iets waar jij verstand van hebt en een ander niet. Link naar de pagina die de lezer op dat moment echt verder helpt, één keer, met een natuurlijke ankertekst. Twee sterke gastartikelen per kwartaal doen meer voor je posities dan twintig zwakke.

Vind je dit te tijdrovend om zelf te doen, dan kun je linkbuilding uitbesteden en je richten op je eigen werk.

Google Search Console is de gratis tool waarmee Google je laat zien hoe het je website ziet: op welke zoekopdrachten je verschijnt, hoeveel mensen doorklikken, welke pagina’s in de index staan en welke worden geweigerd. Het is de enige plek waar je echte zoekwoorddata van Google zelf krijgt, en daarmee de eerste tool die je koppelt als je serieus met SEO aan de slag gaat.

Koppelen en verifiëren

Je voegt je site toe als domeinproperty of als URL-prefix. Kies waar mogelijk de domeinproperty: die verifieer je met een DNS-record en dekt meteen alle varianten, dus met en zonder www, http en https. Een URL-prefix dekt alleen de exacte variant die je invoert, en dat is de reden dat mensen soms lege rapporten zien terwijl hun site het prima doet. Ze kijken naar de verkeerde property.

Het prestatierapport

Hier zit het meeste werk. Je ziet per zoekopdracht en per pagina vier getallen: vertoningen, klikken, de gemiddelde positie en de klikratio. Zet alle vier de vinkjes aan, want los van elkaar vertellen ze niets.

De meest bruikbare analyse is simpel. Filter op zoekopdrachten met veel vertoningen en weinig klikken. Sta je op positie 8 met duizenden vertoningen, dan is je pagina bekend bij Google maar wint hij de klik niet. Sta je op positie 3 met een klikratio van 1 procent, dan is er iets mis met je paginatitel of meta-omschrijving. Dat zijn twee heel verschillende problemen met twee heel verschillende oplossingen, en zonder Search Console zie je het onderscheid niet.

Een veelvoorkomend patroon: een dienstenpagina die op tientallen zoekopdrachten rond positie 11 en 12 staat, net buiten pagina 1. Zo’n pagina is meestal niet slecht, hij is te dun. De zoekopdrachten in het rapport laten dan precies zien welke vragen bezoekers stellen die de pagina nog niet beantwoordt. Dat is je lijst met ontbrekende onderwerpen, rechtstreeks van Google.

Indexering: staat je pagina er wel in?

Het rapport Pagina’s laat zien welke URL’s geïndexeerd zijn en welke niet, met per reden een lijst. De meldingen die je moet begrijpen:

De URL-inspectie

Plak een URL bovenin en je ziet wat Google van die specifieke pagina weet: wanneer hij gecrawld is, welke canonieke versie Google heeft gekozen en of de weergegeven HTML klopt met wat jij verwacht. Vooral dat laatste is waardevol bij sites die veel met JavaScript doen. Staat je tekst niet in de door Google gerenderde HTML, dan bestaat hij voor de zoekmachine niet.

Waar het misgaat

Search Console wordt vaak gebruikt als scorebord en niet als diagnose. Mensen kijken één keer per maand naar de grafiek met klikken en trekken daar conclusies uit, terwijl de waarde in de filters zit. Vergelijk twee periodes, splits op zoekopdracht en op pagina, en kijk waar de daling of stijging vandaan komt. Een tweede punt: de data loopt een paar dagen achter en de posities zijn gemiddelden over alle apparaten en locaties. Verwacht geen exacte livecijfers.

Wij nemen Search Console standaard mee in elke SEO-scan, omdat er bijna altijd pagina’s tussen zitten die de eigenaar niet wist dat ze buiten de index stonden.

Een SEO-investering is het geld en de tijd die je in zoekmachineoptimalisatie steekt, afgezet tegen wat het aan bezoekers, aanvragen en omzet oplevert. Anders dan bij advertenties stopt het resultaat niet zodra je stopt met betalen, maar het duurt ook langer voordat er iets gebeurt.

Waar het geld heen gaat

Een SEO-budget bestaat grofweg uit drie posten: techniek (snelheid, structuur, indexering), content (pagina’s schrijven en verbeteren) en autoriteit (links verdienen). Daarnaast gaat er tijd in meten en bijsturen. Een bureau rekent meestal een maandbedrag, waarbij een deel van de uren naar het werk gaat en een deel naar analyse.

Hoe je uitrekent of het loont

Reken terug vanaf je marge, niet vanaf je bezoekersaantal. Stel: een aanvraag levert je gemiddeld 1.200 euro omzet op en één op de tien bezoekers van je dienstpagina vraagt iets aan. Dan is elke tien extra bezoekers per maand op die pagina 1.200 euro waard. Kost SEO je 750 euro per maand, dan weet je precies hoeveel extra bezoekers je nodig hebt om quitte te spelen. Dat is een som die je zelf kunt maken.

Let op de rekenrichting. Een keyword met 10.000 zoekopdrachten per maand waar niemand koopt is minder waard dan een keyword met 90 zoekopdrachten waar iedereen die zoekt een offerte wil.

Waarom SEO een investering is en geen kostenpost

Een advertentie is huur. Zodra je stopt met betalen, val je uit de resultaten. Een pagina die op positie 1 staat blijft bezoekers binnenhalen, ook in maanden dat je even niets doet. Het werk van vorig jaar draagt nog steeds bij. Dat maakt de terugverdientijd langer, maar de opbrengst stapelt.

Wat er in de praktijk misgaat

Wil je weten waar je nu staat voordat je iets uitgeeft, begin dan met een gratis SEO-scan. Onze SEO-pakketten zijn per maand opzegbaar, dus je zit nergens aan vast.

WDF*IDF is een formule die berekent hoe belangrijk een woord is binnen een tekst, door te kijken hoe vaak het woord in die tekst voorkomt (Within Document Frequency) en hoe zeldzaam het is in de rest van een verzameling documenten (Inverse Document Frequency). SEO-tools gebruiken het om jouw pagina te vergelijken met de pagina’s die al op positie 1 tot 10 staan.

Wat de formule eigenlijk doet

Het idee erachter is simpel. Woorden als “de”, “en” en “website” komen overal voor en zeggen dus niets over waar een pagina over gaat. Een woord als “kruipruimte-isolatie” komt bijna nergens voor, dus als het vaak op jouw pagina staat, is dat veelzeggend. WDF*IDF geeft zeldzame woorden meer gewicht en veelvoorkomende woorden minder.

Een tool draait die berekening over de top 10 van een zoekwoord en laat zien welke termen die pagina’s gemeenschappelijk hebben. Schrijf je over “vloerverwarming” en gebruiken alle concurrenten woorden als verdeler, aanvoertemperatuur, cv-ketel en frezen, terwijl jouw pagina alleen “vloerverwarming aanleggen” herhaalt, dan mis je waarschijnlijk inhoud die de lezer verwacht.

Waar het nuttig voor is

Gebruik WDF*IDF als een checklist voor onderwerpen die je vergeten bent, niet als een doel. De lijst met termen die zo’n tool oplevert is in de praktijk een goede spiegel: over de garantietermijn staat op jouw pagina niets, terwijl elke concurrent er een alinea aan wijdt. Dat is de waarde.

Waar het misgaat

Hoe je het verstandig inzet

Draai de analyse, streep de termen aan die je echt gemist hebt, en schrijf daar een alinea over die klopt. Voeg vervolgens iets toe wat de anderen níet hebben: een prijsindicatie, een foto van je eigen werk, een uitleg van de fout die je het vaakst tegenkomt. Dat is wat je onderscheidt, niet je woordverdeling. Zo werken we ook in onze SEO-aanpak.

White label SEO betekent dat een bureau of specialist het SEO-werk uitvoert, maar dat het onder de naam van een ander wordt geleverd. Het bureau blijft onzichtbaar voor de eindklant, de opdrachtgever presenteert het werk als eigen dienst.

Voor wie dit bedoeld is

Het model komt vooral voor bij webbureaus, reclamebureaus en freelancers die SEO wel aan hun klanten willen aanbieden, maar het niet zelf in huis hebben of willen opbouwen. Een webbureau dat vooral WordPress-sites bouwt, krijgt onvermijdelijk de vraag “en kunnen jullie ons ook goed vindbaar maken?”. Met een white label partner zeg je ja zonder een SEO-specialist in dienst te nemen.

Hoe de samenwerking eruitziet

In de praktijk werkt het zo: jij levert de klantgegevens en de toegang tot de site, de SEO-partner doet het onderzoek, de techniek, de content en de rapportage. De rapportage komt binnen zonder logo of met dat van jou. Jij verkoopt het door met je eigen marge en blijft het aanspreekpunt van de klant.

Een voorbeeld. Een webbureau bouwt een site voor een aannemer. Drie maanden later belt de aannemer: hij staat nergens. Het bureau schakelt zijn white label partner in, die de site technisch nakijkt, de dienstpagina’s herschrijft en aan links werkt. De aannemer weet daar niets van en heeft één contactpersoon: zijn webbouwer.

Wat er misgaat

Het alternatief

Niet elke situatie vraagt om white label. Soms is het eerlijker en simpeler om de specialist gewoon zichtbaar mee te laten draaien in het project. Wil je liever open SEO uitbesteden met korte lijnen naar de klant, dan werkt dat vaak beter dan een constructie waarin niemand rechtstreeks met elkaar praat.

Een FAQ (Frequently Asked Questions, oftewel veelgestelde vragen) is een sectie of pagina waarop je in korte vraag-en-antwoordvorm de vragen beantwoordt die je klanten je steeds opnieuw stellen. Voor SEO is het interessant omdat mensen tegenwoordig hele vragen intypen en Google die vragen letterlijk probeert te beantwoorden.

Waarom een FAQ voor SEO werkt

Zoekopdrachten worden langer en spraakzamer. Niemand typt meer “kosten dakkapel”, mensen typen “wat kost een dakkapel inclusief plaatsen”. Zo’n vraag past niet in de kop van je dienstpagina, maar wel in een FAQ. Bovendien laat Google in de zoekresultaten vaak een blok met gerelateerde vragen zien, en een goed beantwoorde vraag op jouw site kan daar terechtkomen.

Je kunt een FAQ ook markeren met FAQPage-schema, gestructureerde data die Google vertelt welk stuk tekst de vraag is en welk stuk het antwoord.

Hoe je aan de juiste vragen komt

Verzin ze niet. Haal ze op waar ze al bestaan:

Wat er misgaat

De meeste FAQ-secties zijn vulling. “Wat kost het?” gevolgd door “Dat hangt van uw situatie af, neem contact op.” Dat is geen antwoord, dat is een afwijzing. Wie geen prijs wil noemen, kan wel een bandbreedte geven, uitleggen waar de verschillen vandaan komen en een rekenvoorbeeld geven. Een verhuizer die schrijft “een tweekamerappartement binnen dezelfde stad zit meestal tussen 600 en 900 euro, afhankelijk van de verdieping en of er een lift is” beantwoordt de vraag écht, en die pagina wint van de concurrent die “op maat” zegt.

Andere veelgemaakte fouten: twintig vragen die allemaal hetzelfde zoekwoord herkauwen, of een FAQ die zo diep in een accordeon zit dat de tekst pas na een klik verschijnt en de lezer hem nooit vindt.

Wanneer een FAQ een eigen pagina verdient

Krijgt een vraag structureel zoekvolume en heb je er meer dan tweehonderd woorden over te zeggen, maak er dan een eigen pagina van en link vanuit je FAQ door. Blijft het bij drie zinnen, houd het dan onder de dienstpagina waar het bij hoort. Twijfel je waar je vragen thuishoren, dan geeft een SEO-scan daar snel uitsluitsel over.

Een concurrentieanalyse in SEO is het systematisch uitpluizen van de websites die in de zoekresultaten boven je staan, om te achterhalen waaróm ze daar staan en wat jij mist. Het gaat niet om je concurrenten in de markt, maar om je concurrenten in Google. Dat zijn niet altijd dezelfde partijen.

Eerst: wie is je concurrent eigenlijk?

Zoek je belangrijkste zoekwoord op en kijk wie er op pagina 1 staat. Vaak zijn dat niet alleen bedrijven zoals dat van jou, maar ook vergelijkingssites, marktplaatsen, brancheverenigingen en soms een blog van een hobbyist. Die pagina’s nemen wel de klikken weg. Neem ze dus mee.

Wat je per concurrent bekijkt

Een voorbeeld

Een hovenier wil ranken op “tuinaanleg”. Boven hem staan drie partijen. Twee daarvan hebben een aparte pagina per werksoort: bestrating, beplanting, vlonders, verlichting. Hij heeft één pagina “tuinaanleg” waarin alles in twee alinea’s genoemd wordt. Zijn probleem is dus niet zijn tekst, het is zijn structuur. Hij moet uit één pagina er vier maken, elk met eigen foto’s van eigen projecten. Dat inzicht komt uit de analyse, niet uit een tool.

Wat er misgaat

De meestgemaakte fout is kopiëren. Je ziet dat nummer 1 een pagina van 2.000 woorden heeft, dus schrijf je er een van 2.500. Dat werkt niet. Google heeft die pagina al. Je moet iets tóevoegen wat er nog niet staat: eigen foto’s, een echte prijsindicatie, een uitleg van de fout die je in de praktijk het vaakst tegenkomt.

De tweede fout is een analyse maken en er niets mee doen. Een lijst van veertig verbeterpunten waar niemand aan begint is verspilde tijd. Kies er drie, voer ze uit, meet het effect.

Wil je een onafhankelijke blik op waar jij staat ten opzichte van de rest, vraag dan een gratis SEO-scan aan.

Google Analytics 4 (GA4) is het meetplatform van Google waarmee je ziet wat bezoekers op je website doen: waar ze vandaan komen, welke pagina’s ze bekijken en of ze uiteindelijk iets aanvragen of kopen. Voor SEO gebruik je het om te controleren of het verkeer dat je binnenhaalt ook daadwerkelijk iets oplevert.

Wat GA4 wel en niet meet

Belangrijk om te weten: GA4 laat níet zien op welk zoekwoord iemand binnenkwam. Daarvoor heb je Google Search Console nodig. GA4 begint pas te meten op het moment dat iemand op je site is. De twee vullen elkaar aan, en je kunt Search Console aan GA4 koppelen zodat je een deel van die data naast elkaar ziet.

De rapporten die je echt gebruikt

Instellen wat er toe doet

Standaard telt GA4 vanalles als “engagement” wat voor jou niets waard is. Zet zelf gebeurtenissen op die er wél toe doen: een verzonden contactformulier, een klik op een telefoonnummer, een download van een offerteformulier. Markeer die als key event. Pas daarna kun je in het landingspagina-rapport zien welke SEO-pagina’s daadwerkelijk aanvragen opleveren.

Een voorbeeld. Een adviesbureau ziet dat een blogartikel maandelijks 900 organische bezoekers trekt en de dienstpagina maar 120. Zonder conversiemeting lijkt het blog de winnaar. Met conversiemeting blijkt: het blog levert nul aanvragen op, de dienstpagina zeven. De conclusie is dan niet “stop met bloggen”, maar “zet in dat blog een fatsoenlijke doorverwijzing naar de dienstpagina”.

Wat er misgaat

Sturen op sessies. Bezoekersaantallen voelen als vooruitgang, maar een bezoeker die niets vraagt is een bezoeker die niets oplevert. Andere klassieker: een consent-banner die alle meting blokkeert totdat iemand accepteert, waardoor je cijfers structureel te laag zijn en je denkt dat je SEO niet werkt. Controleer dat eerst voor je aan je content gaat sleutelen.

Weet je niet zeker of je meting klopt, dan is dat een van de dingen die we in een SEO-scan nakijken.

Een keyword (in het Nederlands: zoekwoord of zoekterm) is het woord of de woordcombinatie die iemand intypt in Google. Het is het startpunt van elke SEO-strategie, want als je niet weet welke woorden je klanten gebruiken, weet je ook niet waarop je gevonden moet worden.

Achter elk keyword zit een bedoeling

Twee zoekwoorden kunnen over hetzelfde onderwerp gaan en toch iets totaal anders betekenen. Iemand die “hoe werkt een warmtepomp” typt wil informatie. Iemand die “warmtepomp laten installeren” typt wil een offerte. Diezelfde persoon zit in een ander stadium en verwacht een ander soort pagina. Zet je op beide zoekwoorden dezelfde dienstpagina in, dan verlies je er één.

Grofweg onderscheid je: informatieve zoekwoorden (uitleg), commerciële zoekwoorden (vergelijken, oriënteren) en transactionele zoekwoorden (kopen, aanvragen, bestellen). Bij navigatie zoekt iemand simpelweg een specifiek merk of bedrijf.

Zoekvolume is niet het belangrijkste getal

Het is verleidelijk om te mikken op het woord met het hoogste volume. Dat is meestal de duurste en de minst opbrengende keuze. “Verzekering” wordt tienduizenden keren per maand gezocht, maar wie dat typt weet nog niets en koopt niets. “Beroepsaansprakelijkheidsverzekering zzp architect” wordt misschien 40 keer per maand gezocht, en elke zoeker daarvan is een concrete lead.

Lange, specifieke zoekwoorden (long tail) hebben lager volume, minder concurrentie en een veel hogere kans op een aanvraag. Voor de meeste mkb-bedrijven is dat waar het geld zit.

Hoe je aan zoekwoorden komt

Wat er misgaat

De grootste fout is meerdere pagina’s op hetzelfde zoekwoord richten. Dan concurreer je met jezelf en weet Google niet welke pagina hij moet tonen. Eén zoekwoord, één pagina. De tweede fout is jargon gebruiken dat alleen jij kent. Een dakdekker die overal “bitumineuze dakbedekking” schrijft, wordt niet gevonden door iemand die “plat dak vervangen” typt.

Weet je niet welke zoekwoorden bij jouw diensten passen, dan is dat het eerste wat een SEO specialist voor je uitzoekt.

Je bedrijfsnaam in Google is de naam die in je Google-bedrijfsprofiel staat, het profiel dat rechts in beeld verschijnt bij een zoekopdracht op je bedrijf en dat je terugziet in Google Maps. Staat daar de verkeerde naam, dan raakt dat direct je vindbaarheid: klanten die je merknaam intikken herkennen je niet, en de naam die Google toont wijkt af van de naam op je website en in andere bedrijvengidsen.

Hoe er een verkeerde naam in komt te staan

Er zijn vier oorzaken, en ze vragen om een verschillende aanpak.

De naam terugzetten

Log in op je Google-bedrijfsprofiel, ga naar de bedrijfsgegevens en pas de naam aan naar de naam die je daadwerkelijk voert. De wijziging gaat langs een controle en kan een paar dagen in behandeling blijven. Wordt hij afgewezen of draait Google hem terug, dan heb je bewijs nodig. Google wil zien dat de naam in de echte wereld klopt, en kijkt daarvoor naar:

  1. de naam op je website, in het logo, in de titel en in de footer;
  2. de naam op je gevel, je bedrijfswagen of je etalage, dus foto’s helpen;
  3. de naam in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  4. de naam zoals die in andere online vermeldingen en gidsen staat.

Komen die vier overeen, dan houdt de correctie stand. Wijken ze af, dan blijft Google jouw wijziging terugdraaien, hoe vaak je hem ook doorvoert. Dat is de kern van het probleem en tegelijk de oplossing: de bron opruimen werkt, het profiel blijven aanpassen niet.

Wat je niet moet doen

Geen zoekwoorden in de naam plakken. Een schildersbedrijf dat zichzelf in Google “Schildersbedrijf Jansen Schilder Rotterdam Binnenschilderwerk” noemt, ziet die naam vroeg of laat teruggezet worden, en loopt bovendien het risico dat het profiel wordt opgeschort. Concurrenten melden dit soort namen actief. Dat het tijdelijk lijkt te werken in de lokale resultaten, maakt het niet minder riskant. De naam moet zijn wat er op de deur staat, niet meer.

Een dubbel profiel opruimen

Zoek je bedrijfsnaam en je adres in Google Maps en kijk of er meer dan één vermelding opduikt, ook onder oude namen of oude adressen. Vind je een tweede profiel, claim het en meld het als duplicaat, zodat Google de twee samenvoegt. Doe dat vóór je aan de naam gaat sleutelen, anders zit je een profiel te corrigeren dat helemaal niet getoond wordt.

Houd het zo

Zet meldingen aan, zodat je bericht krijgt als iemand een wijziging voorstelt. Controleer je profiel maandelijks, want voorgestelde bewerkingen komen zonder waarschuwing binnen. Houd je naam, adres en telefoonnummer overal identiek: op je website, in je bedrijfsprofiel, in bedrijvengidsen en op je social media. Die consistentie is precies waar Google op controleert als het besluit wie er in de lokale resultaten bovenaan komt.

Wil je hulp bij het opschonen van je vermeldingen en het verbeteren van je positie in de kaart, kijk dan bij lokale SEO.

CSS verkleinen (minifyen) is het weghalen van alle tekens uit een stylesheet die de browser niet nodig heeft: spaties, regeleinden, inspringingen en commentaar. De opmaak blijft exact hetzelfde, het bestand wordt alleen kleiner en laadt daardoor sneller.

Wat er precies gebeurt

Een stylesheet die een ontwikkelaar schrijft is netjes ingesprongen en voorzien van uitleg, zodat een mens hem kan lezen. Een browser heeft daar niets aan. Een minifier gooit dat eruit en plakt alles achter elkaar. Van dit:

blijft alleen de kale eigenschap en waarde over. Op een groot themabestand scheelt dat vaak 20 tot 30 procent aan bestandsgrootte. Bij een WordPress-site met een zwaar thema en tien plugins die elk hun eigen CSS meesturen, tikt dat aan.

Waarom het uitmaakt voor SEO

CSS is render-blokkerend. De browser weigert de pagina te tonen tot hij de stylesheets heeft binnengehaald en verwerkt, anders zou de bezoeker even een ongestileerde pagina zien. Elke kilobyte CSS zit dus rechtstreeks in de weg van je Largest Contentful Paint, een van de Core Web Vitals waar Google op meet. Op een trage 4G-verbinding, en zo bezoekt de helft van je publiek je site, is dat het verschil tussen wachten en niet wachten.

Hoe je het doet

In WordPress doen cachingplugins dit met één vinkje (“Minify CSS”). Bouw je zelf, dan doet je build-tool het automatisch bij een productie-build. Bij een hostingpartij met een ingebouwde optimalisatielaag staat het vaak al aan. Combineer het met compressie op de server (gzip of brotli), want die twee versterken elkaar.

Waar het misgaat

Ongebruikte CSS weghalen levert meestal meer op dan minifyen. Veel sites laden de stylesheet van een sliderplugin op elke pagina, ook op pagina’s zonder slider.

Een verwijzende website, in SEO-tools meestal referring domain genoemd, is een ander domein dat één of meer links naar jouw website heeft staan. Het gaat om het domein, niet om de link: honderd links vanaf dezelfde site tellen als één verwijzende website.

Waarom dat onderscheid ertoe doet

Dit is precies waar veel mensen de plank misslaan. Een SEO-tool laat twee getallen zien: het aantal backlinks en het aantal verwijzende domeinen. Iemand die trots meldt dat hij 4.000 backlinks heeft, heeft vaak 12 verwijzende domeinen, waarvan er één een footerlink op elke pagina van een grote site heeft staan. Die 4.000 links komen dan van dezelfde stem, en die stem heeft maar één keer gesproken.

Google waardeert het aantal onafhankelijke bronnen dat naar je verwijst zwaarder dan het aantal links. Vijftig verschillende sites die één keer naar je linken zijn meer waard dan één site die vijftig keer naar je linkt.

Wat een verwijzende website waardevol maakt

Een voorbeeld

Een sportschool krijgt een vermelding op de site van de gemeente in een overzicht van beweegaanbieders, een link vanuit een artikel in een regionale krant en een link vanaf de website van een sportbond waar hij lid van is. Dat zijn drie verwijzende domeinen, allemaal relevant, allemaal verdiend. Dat weegt zwaarder dan tweehonderd links vanuit een netwerk van lege blogjes, die bovendien een risico vormen.

Wat er misgaat

Links kopen bij een partij die “500 backlinks voor 99 euro” belooft. Die komen uit netwerken die Google al lang kent. In het gunstigste geval doen ze niets, in het slechtste geval schaden ze je site. Bouw liever langzaam aan echte verwijzingen. Wil je dat gestructureerd aanpakken, lees dan hoe wij linkbuilding aanvliegen.

Schaalbaar content schrijven is het opzetten van een werkwijze waarmee je structureel meer pagina’s kunt publiceren zonder dat de kwaliteit per pagina onderuitgaat. Het draait om herbruikbare structuur en een vaste bron van onderwerpen, niet om zo snel mogelijk zoveel mogelijk woorden produceren.

Waar schaalbaarheid vandaan komt

De tijd gaat meestal niet zitten in het typen, maar in het bedenken. Waar gaat dit stuk over, wat is de zoekintentie, welke koppen, welk voorbeeld, waar linken we heen? Als je dat één keer goed vastlegt, wordt elke volgende pagina sneller. Concreet:

Wat er misgaat

Schaal zonder substantie is de snelste manier om je site te slopen. Google treedt actief op tegen wat het “scaled content abuse” noemt: grote hoeveelheden pagina’s die weinig eigen waarde toevoegen. Sites die in korte tijd honderden vrijwel identieke pagina’s publiceerden, zijn massaal uit de index geknikkerd. Dat de tekst door een mens of door een model geschreven is, doet er niet toe. Het gaat erom of de pagina iets toevoegt.

Het klassieke voorbeeld is de stedenpagina. Een schilder maakt vijftig pagina’s, “schilder in Rotterdam”, “schilder in Schiedam”, “schilder in Vlaardingen”, waarbij alleen de plaatsnaam verschilt. Dat is één pagina, vijftig keer. Wil je die pagina’s wél laten werken, dan moet er per stad iets echts in staan: een project dat je daar hebt gedaan, een foto van dat pand, een opmerking over het type woningen in die wijk.

Een werkbaar tempo

Publiceer liever twee pagina’s per week die ergens over gaan dan dertig in één keer die nergens over gaan. Een plotselinge piek in publicatievolume is op zichzelf al een signaal waar Google naar kijkt. Spreiding is geen vertraging, het is verzekering.

Meet daarna wat het doet. Een pagina die na drie maanden nul vertoningen heeft, is geen pagina die tijd nodig heeft, maar een pagina die niemand zoekt. Schrap of samenvoegen. Onze aanpak is hierop gebouwd.

Het indexeringsrapport in Google Search Console (onder “Pagina’s” of “Pagina-indexering”) laat zien welke pagina’s van jouw website in de index van Google staan, welke niet, en om welke reden ze zijn overgeslagen. Het is het eerste rapport dat je opent als een pagina niet vindbaar is, want een pagina die niet geïndexeerd is kan per definitie niet ranken.

Twee stapels: wel en niet geïndexeerd

Het rapport splitst je pagina’s in “Geïndexeerd” en “Niet geïndexeerd”. Onder die tweede stapel staan redenen, en die redenen zijn waar je moet zijn. De meest voorkomende:

Hoe je het gebruikt

Begin niet bij het totaal, begin bij de vraag: staan je belangrijkste pagina’s erin? Plak de URL van je belangrijkste dienstpagina in de URL-inspectietool bovenin. Staat er “URL staat op Google”, dan is indexering niet je probleem en moet je verder kijken naar content en links. Staat er iets anders, dan heb je je antwoord.

Een voorbeeld. Een webshop ziet 14.000 pagina’s onder “Duplicaat zonder door gebruiker geselecteerde canonieke versie”. Dat blijken filter-URL’s te zijn: dezelfde categorie, maar dan gesorteerd op prijs, op kleur, op maat. Google verspilt zijn crawlbudget aan die varianten en komt niet toe aan de echte productpagina’s. De oplossing zit niet in meer content, maar in het uitsluiten van die filtercombinaties.

Wat er misgaat

Blind op “Indexering aanvragen” klikken. Dat helpt niet als de onderliggende reden een kwaliteits- of duplicaatprobleem is: Google kijkt opnieuw, ziet hetzelfde en slaat de pagina opnieuw over. Los eerst de oorzaak op. En verwacht geen resultaat binnen een dag, het rapport loopt een paar dagen achter.

Een broken link checker is een tool die je hele website afloopt en elke link controleert, om te zien welke links naar een pagina wijzen die niet meer bestaat. Zo’n dode link levert de bezoeker een 404-foutmelding op en levert Google een doodlopend spoor op.

Hoe dode links ontstaan

Meestal zonder dat iemand het merkt. Je hernoemt een productpagina, waardoor de URL verandert. Een externe site die je in een blog noemde gaat offline of gooit zijn structuur om. Iemand verwijdert een oude dienstpagina, maar de link in het menu of in drie oudere artikelen blijft staan. Bij een sitemigratie gebeurt dit op grote schaal in één klap.

Wat het je kost

Waarmee je scant

Voor een eenmalige controle van een hele site werkt een crawler als Screaming Frog goed: die loopt elke URL na en geeft je een lijst met statuscodes, inclusief welke pagina naar de dode link verwijst. Google Search Console laat onder “Niet gevonden (404)” zien welke dode URL’s Google zelf tegenkomt. In WordPress bestaan plugins die continu meescannen, maar let op: sommige daarvan draaien zware achtergrondtaken en maken je site langzamer. Een maandelijkse crawl is meestal genoeg.

Wat je met de uitkomst doet

Niet elke 404 verdient een oplossing, en het is een fout om ze allemaal blind naar de homepage te redirecten. Dat is verwarrend voor de bezoeker en Google behandelt zo’n redirect als een zachte 404.

De regel is simpel. Bestaat er een pagina die inhoudelijk het meest in de buurt komt van wat er weg is? Redirect daarheen met een 301. Is er geen goede vervanger en heeft niemand er iets aan? Laat de 404 staan, dat is een eerlijk antwoord. Gaat het om een interne link naar een verwijderde pagina, pas dan gewoon de link zelf aan, dat is beter dan een redirect eroverheen leggen.

Een voorbeeld: een webshop haalt een uitverkocht product uit het assortiment. Redirect die URL naar de categoriepagina van dat producttype, niet naar de homepage. De bezoeker landt dan bij iets vergelijkbaars.

De melding “Voorkom dat verouderde JavaScript wordt geleverd aan moderne browsers” komt uit Lighthouse en PageSpeed Insights, en betekent dat je site JavaScript meestuurt die alleen bedoeld is voor oude browsers: polyfills en transpilaties die elke moderne browser allang niet meer nodig heeft. Die code wordt wel gedownload, geparseerd en uitgevoerd, en dat kost laadtijd zonder dat iemand er iets aan heeft.

Waar het vandaan komt

Ontwikkelaars schrijven moderne JavaScript en laten een build-tool die code omzetten naar een oudere variant, zodat verouderde browsers hem ook begrijpen. Daarbij worden polyfills toegevoegd: kleine stukjes code die functies nabouwen die oude browsers missen. Denk aan zaken als Array.prototype.includes, Object.assign of Promise.

Het probleem: die instelling staat vaak nog afgestemd op Internet Explorer 11, een browser die niet meer bestaat. Elke bezoeker met een actuele Chrome, Safari of Firefox krijgt daardoor tientallen kilobytes aan code binnen die niets doet. JavaScript is bovendien duurder dan andere bestanden, want de browser moet hem niet alleen downloaden maar ook uitvoeren, en op een middenklasse telefoon is dat traag.

Wat je eraan doet

Wat het oplevert

Een voorbeeld uit de praktijk: een site laadt een JavaScript-bundel van 180 kB, waarvan zo’n 40 kB polyfills. Op een snelle laptop merk je daar niets van. Op een telefoon met een matige verbinding scheelt het al snel enkele tienden van een seconde in de Interaction to Next Paint en de laadtijd. Dat telt mee in de Core Web Vitals, en die zijn een van de signalen waar Google naar kijkt.

Waar het misgaat

Blind de polyfills uitzetten zonder te testen. Heb je bezoekers op oudere apparaten, dan krijgen die een kapotte site en dat zie je nergens in je statistieken terug, want ze kunnen niets meer klikken. Controleer eerst in je bezoekersdata welke browsers er echt binnenkomen, en stem je build daarop af.

Cachegeheugen is een tijdelijke opslagplaats waarin een kant-en-klare kopie van een pagina of bestand wordt bewaard, zodat die bij een volgend bezoek niet opnieuw hoeft te worden opgebouwd of opgehaald. Het resultaat is dat je website sneller laadt en je server minder werk heeft.

Wat er zonder cache gebeurt

Vraagt iemand een WordPress-pagina op, dan gaat PHP aan het werk, worden er tientallen database-queries afgevuurd, wordt het thema opgebouwd en worden alle plugins doorlopen. Dat kost bij een gemiddelde site al snel enkele honderden milliseconden tot een seconde. Vervolgens krijgt de bezoeker een pagina die voor iedereen exact hetzelfde is. Dat werk voor elke bezoeker opnieuw doen is verspilling.

De lagen waar caching plaatsvindt

Waarom dit voor SEO uitmaakt

Laadtijd is een van de signalen waar Google naar kijkt, en het beïnvloedt direct hoeveel bezoekers afhaken. Een paginacache haalt bij een gemiddelde WordPress-site de serverresponstijd (Time To First Byte) vaak terug van rond de 800 milliseconden naar onder de 200. Dat merk je in je Core Web Vitals en, belangrijker, je bezoeker merkt het.

Waar het misgaat

Caching wordt vervelend zodra pagina’s níet voor iedereen hetzelfde zijn. De klassieke fout: een webshop cachet de hele site, inclusief het winkelmandje. Klant A legt iets in zijn mandje, klant B krijgt de gecachte pagina te zien en ziet het product van klant A in zijn mandje staan. Winkelwagen, kassa, account- en inlogpagina’s horen dus altijd uitgesloten te worden.

Tweede klassieker: je past een tekst aan, ververst de pagina en ziet je oude tekst nog staan. De cache is niet geleegd. Dat is geen storing, dat is de cache die zijn werk doet. Leeg hem na elke wijziging, of stel in dat hij dat automatisch doet bij het opslaan van een pagina.

Derde valkuil: drie cachingplugins tegelijk installeren omdat je site traag is. Die gaan elkaar in de weg zitten. Eén goede cachinglaag, goed ingesteld, is genoeg.

Een marktsegment is een afgebakende groep klanten binnen een grotere markt die dezelfde behoefte, hetzelfde koopgedrag of dezelfde kenmerken deelt. Je splitst je markt op in stukken die je afzonderlijk kunt aanspreken, in plaats van iedereen met dezelfde boodschap te bestoken.

Waarop je kunt segmenteren

Wat dat met SEO te maken heeft

Segmenten zoeken met verschillende woorden. Dat is de hele koppeling. Een verhuisbedrijf dat zowel particulieren als kantoren verhuist heeft twee segmenten, en die typen totaal andere dingen in Google. De particulier zoekt “verhuizer met verhuislift” en “wat kost een verhuizing”. Het kantoor zoekt “kantoorverhuizing in het weekend” en “verhuizen zonder downtime”. Zet je dat op één pagina, dan spreek je niemand echt aan en rank je op geen van beide goed.

Eén pagina per segment, met de woorden van dat segment, met de bezwaren van dat segment en met een voorbeeld uit dat segment. Dat is de vertaling van segmentatie naar je sitestructuur.

Hoe je je segmenten vindt

Niet in een marketingboek, maar in je eigen orderboek. Kijk naar de klanten van het afgelopen jaar. Welke groepen zie je terugkomen? Welke groep levert de hoogste marge op, welke de meeste herhaalopdrachten, welke de meeste gedoe? Vervolgens kijk je met zoekwoordonderzoek of die groep ook daadwerkelijk zoekt, en met welke woorden. Een segment dat je graag wilt bedienen maar dat niet zoekt, kun je niet via SEO bereiken. Dan is een ander kanaal logischer.

Waar het misgaat

Te fijn segmenteren. Wie zijn markt in twaalf segmenten opdeelt en voor elk segment een pagina bouwt, eindigt met twaalf halve pagina’s die op elkaar lijken. Google ziet dan dubbele content en jij hebt het onderhoud van twaalf pagina’s. Begin met twee of drie segmenten die echt van elkaar verschillen, bouw daar sterke pagina’s voor, en breid pas uit als die staan.

De tweede fout is segmenteren op wat jij levert in plaats van op wat de klant zoekt. Jouw interne indeling in productgroepen is voor de klant vaak betekenisloos. Volg de taal van de klant, niet je eigen prijslijst. Wil je weten of jouw structuur aansluit op hoe je markt zoekt, dan kijken we daarnaar in een gratis SEO-scan.

Een XML-sitemap is een bestand op je server met een lijst van alle URL’s die je geïndexeerd wilt hebben. Het is geen ranking-factor, maar een routekaart. Het bestand vertelt Google en Bing welke pagina’s bestaan en wanneer ze voor het laatst zijn aangepast, zodat een crawler ze niet toevallig hoeft tegen te komen via links.

Hoe een XML-sitemap eruitziet

Het is een XML-bestand met per URL een loc (het adres) en meestal een lastmod (datum laatste wijziging). De velden priority en changefreq mag je invullen, maar Google negeert ze. Eén sitemap mag maximaal 50.000 URL’s of 50 MB bevatten. Zit je daarboven, dan splits je op en verwijs je vanuit een sitemap-index naar de losse bestanden.

In WordPress genereert vrijwel elke SEO-plugin de sitemap automatisch, meestal op /sitemap_index.xml. Je verwijst ernaar in je robots.txt en dient hem in via Google Search Console.

Waarom het uitmaakt

Hoe groter en dieper je site, hoe meer je aan een sitemap hebt. Een webshop met 4.000 producten verdeelt die producten over categoriepagina’s met paginering. Alles wat op pagina 7 van een categorie staat, wordt door een crawler zelden of nooit bereikt. Via de sitemap staan die URL’s er gewoon in en worden ze wel opgepakt. Hetzelfde geldt voor een nieuwe site die nog nauwelijks links van buitenaf heeft.

Wat er in de praktijk misgaat

Zo controleer je hem

Open het sitemaprapport in Search Console en vergelijk het aantal ontdekte URL’s met het aantal geïndexeerde pagina’s. Zit daar een groot gat, dan is de sitemap niet het probleem maar een symptoom: Google vindt de pagina’s wel, maar vindt ze niet goed genoeg. Wil je weten waar dat aan ligt, vraag dan een gratis SEO-scan aan.

Een backlink is een link vanaf een andere website naar een pagina op jouw website. Zoekmachines behandelen zo’n link als een aanbeveling: iemand anders vond jouw pagina goed genoeg om naar te verwijzen. Hoe meer relevante sites naar je linken, hoe geloofwaardiger je site wordt gevonden voor het onderwerp waar je op wilt scoren.

Waarom links nog steeds meetellen

Google bepaalt niet alleen op basis van je eigen tekst waar je over gaat. Het kijkt ook naar wie je noemt en wie jou noemt. Twee pagina’s met vergelijkbare content en techniek worden uit elkaar gehouden door wat er van buitenaf naar wijst. Bij concurrerende zoekwoorden is dat vaak het verschil tussen plek 3 en plek 12.

Wat een goede link onderscheidt van een waardeloze

Concreet: een installatiebedrijf dat op de dealerpagina van zijn ketelleverancier staat, heeft één link die precies klopt. Diezelfde ondernemer die voor 200 euro een pakket van vijftig links koopt op buitenlandse blogs, heeft vijftig links die niets doen en op termijn tegen hem werken.

Hoe je er wel aan komt

De routes die blijven werken zijn saai en traag: leveranciers, partners en brancheverenigingen die je op hun site kunnen vermelden. Lokale sponsoring van een vereniging. Een onderzoekje of overzicht op je eigen site dat anderen willen aanhalen. Een gastbijdrage bij een vakmedium waar je echt iets te melden hebt. En vermeldingen in gidsen die mensen daadwerkelijk gebruiken.

Waar het misgaat

Bijna altijd op aantal boven kwaliteit. Iemand koopt volume, ziet drie maanden lang niets gebeuren en concludeert dat linkbuilding niet werkt. Wil je het gestructureerd aanpakken, kijk dan naar linkbuilding uitbesteden.

Het title-attribuut is een HTML-attribuut dat je aan vrijwel elk element kunt hangen om er extra informatie aan mee te geven. Browsers tonen die tekst als een tooltip zodra iemand met de muis over het element blijft hangen. Het is puur aanvullend: als je het weglaat, verandert er niets aan hoe de pagina werkt.

Niet te verwarren met de title-tag

Dit gaat vaak fout. De title-tag staat in de head van je pagina, is de klikbare blauwe regel in Google en weegt zwaar mee. Het title-attribuut is iets heel anders: een optioneel tooltip-tekstje bij een link, een afbeelding of een tabelcel. Als iemand zegt dat “de title belangrijk is voor SEO”, bedoelt hij de tag, niet het attribuut.

Wat het doet voor zoekmachines

Zo goed als niets. Google gebruikt het title-attribuut niet als ranking-signaal. Bij afbeeldingen is het alt-attribuut het veld dat telt, niet title. Het idee dat je je zoekwoord in elk title-attribuut moet stoppen komt uit 2008 en levert vandaag alleen rommelige code op.

En voor toegankelijkheid?

Ook daar is het minder nuttig dan mensen denken. Screenreaders lezen title-attributen inconsistent voor en op een telefoon of tablet bestaat hover niet, dus de tooltip verschijnt er nooit. Zet dus nooit informatie die je bezoeker nodig heeft alleen in een title-attribuut.

Er zijn wel plekken waar het wel degelijk hoort. Een iframe heeft een title nodig zodat een screenreader kan vertellen wat erin zit, bijvoorbeeld title=”Google Maps met onze locatie”. Bij een afkorting in een abbr-element is een title de nette manier om de volledige term te geven.

Een voorbeeld

Een link als <a href=”/tarieven” title=”Bekijk onze tarieven”>Tarieven</a> voegt niets toe. De ankertekst zegt al precies hetzelfde. Wat wel helpt is de ankertekst zelf verbeteren: schrijf “Bekijk onze SEO-tarieven” in plaats van “Lees meer”. Dat is beter voor je bezoeker, voor een screenreader en voor Google tegelijk. Wil je weten of dit soort details op je site kloppen, start dan met een SEO-scan.

Een impressie is één vertoning van jouw pagina in de zoekresultaten: iemand kreeg je link te zien, of hij nu klikte of niet. Google Search Console telt een impressie zodra jouw URL staat op een resultatenpagina die de gebruiker te zien krijgt. Bij onderdelen die pas na scrollen of doorklikken zichtbaar worden, zoals een afbeeldingencarrousel of de tweede resultatenpagina, telt de impressie pas als dat blok daadwerkelijk in beeld komt.

Impressies, klikken en CTR horen bij elkaar

Losse impressies zeggen weinig. Ze krijgen pas betekenis in combinatie met klikken en de doorklikratio (CTR = klikken gedeeld door impressies). Drie situaties die je in Search Console vaak ziet:

Een concreet voorbeeld

Een pagina met 12.000 impressies en 90 klikken heeft een CTR van 0,75 procent. Dat cijfer past bij een pagina die gemiddeld ergens onderaan de eerste pagina of op de tweede pagina staat. Er is dus vraag naar het onderwerp en Google vindt je pagina relevant genoeg om te tonen. Het probleem zit in de positie, niet in de zichtbaarheid. Diezelfde pagina een paar plaatsen omhoog duwen levert veel meer op dan een nieuwe pagina schrijven over hetzelfde onderwerp.

Waar het misgaat

Impressies zijn de makkelijkste cijfers om jezelf mee blij te maken. Ze schieten omhoog zodra je op willekeurige long-tail zoekwoorden meelift, ook als daar geen koper tussen zit. Rapporteer daarom nooit alleen impressiegroei. Kijk naar klikken op de zoekwoorden die geld waard zijn, en naar wat die klikken op je site doen.

Let ook op de gemiddelde positie: dat is een gemiddelde over alle zoekwoorden en alle vertoningen. Eén nieuw zoekwoord waarop je op plek 60 binnenkomt, trekt dat gemiddelde omlaag terwijl er niets is verslechterd. Wil je weten welke pagina’s op jouw site het dichtst bij een doorbraak staan, begin dan bij een SEO-scan.

Programmatic SEO is het geautomatiseerd genereren van veel landingspagina’s uit één gestructureerde dataset, waarbij elke pagina een eigen zoekopdracht bedient. Je bouwt één template, koppelt daar een database aan en genereert daaruit tientallen tot duizenden URL’s. Denk aan “vacatures [functie] in [stad]”, “[merk] onderdelen” of “camping met [voorziening] in [regio]”.

Wanneer het werkt

Programmatic SEO staat of valt met de vraag: heb je per pagina data die echt verschilt? Een vergelijkingssite die per pagina actuele prijzen, voorraad, reviews en specificaties toont, geeft de bezoeker op elke URL iets nieuws. Een vacaturesite met echte openstaande vacatures per functie en plaats ook. Die pagina’s verdienen te bestaan, want zonder die pagina zou de gebruiker de informatie niet vinden.

Er moet ook vraag zijn. Als niemand zoekt op “loodgieter in Kralingen-Crooswijk”, hoeft die pagina er niet te komen, hoe makkelijk je hem ook genereert.

Waar het misgaat

Het gaat mis zodra de data ontbreekt en er alleen woorden worden gewisseld. Vijfhonderd pagina’s die identiek zijn op de plaatsnaam na, zijn wat Google doorway pages noemt. Sinds Google actief handhaaft op grootschalig gegenereerde content zonder eigen waarde, is dat geen theoretisch risico meer. Sites verliezen hun volledige zichtbaarheid, niet alleen de gegenereerde pagina’s.

Praktische problemen die er bovenop komen:

Hoe je het verantwoord doet

Begin klein. Genereer eerst twintig tot vijftig pagina’s voor de combinaties waar aantoonbaar op gezocht wordt, laat ze een paar maanden staan en meet wat ze doen. Breid alleen uit op de patronen die verkeer en aanvragen opleveren. Zorg dat elke pagina minstens één blok bevat dat nergens anders staat: eigen data, eigen foto’s, echte voorraad, echte reviews. En bouw interne links vanuit een overzichtspagina, zodat de set niet geïsoleerd blijft.

Twijfel je of je set groot genoeg is om dit te rechtvaardigen? Leg het naast onze SEO-aanpak voordat je duizenden URL’s live zet.

Een zero-click search is een zoekopdracht waarbij de gebruiker zijn antwoord al op de resultatenpagina krijgt en dus nergens meer op klikt. Snippet-optimalisatie is het bewust inrichten van je titel, beschrijving en pagina-inhoud, zodat je in dat soort resultaten zichtbaar bent en er alsnog iets aan overhoudt.

Waar zero-click vandaan komt

Google beantwoordt steeds meer vragen zelf. Featured snippets pakken een alinea uit een pagina en zetten die bovenaan. People Also Ask klapt vier vragen open met korte antwoorden. AI Overviews vatten meerdere bronnen samen. Bij lokale zoekopdrachten toont het local pack adres, openingstijden en route zonder dat iemand een website hoeft te openen.

Wat je wel kunt beïnvloeden

Soms wil je de klik juist niet verliezen

Dit is het stuk dat vaak wordt overgeslagen. Bij informatieve vragen is zichtbaarheid zonder klik prima. Bij een commerciële pagina wil je die bezoeker wél op je site. Geef in de snippet daarom genoeg om vertrouwen te wekken en te weinig om de vraag helemaal af te sluiten.

Concreet: op de vraag “wat kost een keuring” zet je een bandbreedte en de twee factoren die het verschil maken. Je zet niet je hele prijstabel in het antwoordblok, want dan is de bezoeker klaar en klikt hij nooit door.

Wat je moet meten

Volg impressies en CTR per zoekwoord in Search Console. Zie je impressies stijgen terwijl de CTR instort, dan word je waarschijnlijk gebruikt als bron voor een antwoord dat iemand anders opeet. Dan is het tijd om je snippet te herschrijven. Meer over hoe wij dat aanpakken lees je bij onze SEO-aanpak.

SEO is het werk dat ervoor zorgt dat je website beter vindbaar wordt in de onbetaalde zoekresultaten van Google. Techniek, content en autoriteit samen, met als doel dat mensen die actief op zoek zijn naar wat jij verkoopt, jou vinden voordat ze je concurrent vinden.

Je betaalt niet per klik

Bij Google Ads betaal je voor elke bezoeker, elke keer opnieuw. Zet je het budget uit, dan stopt het verkeer diezelfde dag. Bij SEO betaal je voor het werk, niet voor het bezoek. Een pagina die op plek 3 staat, blijft bezoekers opleveren in maanden waarin je niets nieuws doet.

Zoekverkeer komt met intentie

Iemand die “airco laten installeren” typt, is verder in zijn beslissing dan iemand die een advertentie op Instagram voorbij ziet komen. Je onderbreekt hem niet, hij zoekt jou. Dat verschil zie je terug in de conversie: hetzelfde aantal bezoekers levert uit zoekverkeer meestal aanzienlijk meer aanvragen op dan uit koud verkeer.

Het effect stapelt

Elke pagina die je toevoegt en elke link die je verdient, bouwt voort op wat er al staat. Een site die drie jaar consequent onderhouden is, staat op honderden zoekwoorden waar nooit iemand direct op gemikt heeft. Dat is het punt waar SEO goedkoper wordt dan elk ander kanaal.

Wat SEO niet is

Geen snelle oplossing. Op een nieuwe of verwaarloosde site duurt het gewoonlijk drie tot zes maanden voordat je beweging ziet, en langer voordat die beweging omzet wordt. Niemand kan je een positie garanderen, want niemand bepaalt het algoritme. Wie dat wel belooft, verkoopt iets anders dan SEO.

Werkt het echt?

Wij testen het op onszelf. Rotterdam SEO staat organisch op nummer 1 in Google voor “SEO Rotterdam”, een term waar rond de 1.900 keer per maand op gezocht wordt. Diezelfde aanpak hebben we op meer dan 50 websites gebruikt om ze naar de eerste pagina te krijgen, in ruim tien jaar tijd.

Wil je weten wat er op jouw site te halen valt, kijk dan naar onze SEO-pakketten of lees hoe SEO uitbesteden in de praktijk werkt. We werken zonder jaarcontract, per maand opzegbaar.

Een SEO-stappenplan is de volgorde waarin je het werk aanpakt: eerst de fouten die groei blokkeren, dan de structuur, dan de content en pas daarna de autoriteit. Die volgorde is het hele punt. Wie begint met blogs schrijven op een site die niet geïndexeerd kan worden, doet werk dat nooit gaat renderen.

Stap 1: nulmeting

Voordat je iets aanraakt, leg je vast waar je staat. Verkeer en conversies uit Analytics, klikken en posities uit Search Console, geïndexeerde pagina’s, en een crawl van de hele site. Zonder nulmeting kun je over drie maanden niet bewijzen dat iets gewerkt heeft.

Stap 2: techniek

Alles wat indexering blokkeert of vertraagt gaat eruit. Foutieve noindex-tags, een robots.txt die te veel dichtzet, kapotte canonicals, redirect-ketens, 404’s in het menu, trage laadtijd, geen HTTPS. Dit is meestal het snelste resultaat: je verdient niets nieuws, je haalt alleen de rem eraf.

Stap 3: zoekwoorden en structuur

Nu pas bepaal je waar je op wilt gevonden worden en hoe je site dat weerspiegelt. Elk belangrijk zoekwoord krijgt één pagina, niet drie die met elkaar concurreren. Diensten, locaties en informatieve onderwerpen krijgen een eigen plek in de structuur, met interne links die logisch lopen.

Stap 4: content

Bestaande pagina’s herschrijven gaat vóór nieuwe pagina’s maken. Een dienstpagina die al op plek 14 staat, is met een goede herschrijving vaak binnen twee maanden op de eerste pagina. Een nieuwe blog begint bij nul.

Stap 5: autoriteit en meten

Als de basis staat, ga je links verdienen en de resultaten maandelijks tegen de nulmeting leggen. Dit is ook het moment waarop je bijstuurt: welke pagina’s staan net onder de eerste pagina en verdienen aandacht?

Een realistische planning

Een werkbare indeling voor een gemiddelde site: maand 1 nulmeting en techniek, maand 2 en 3 structuur en de belangrijkste dienstpagina’s, maand 4 tot 6 content uitbreiden en de eerste links, vanaf maand 6 meten en bijsturen. Beweging in Search Console zie je meestal na twee tot drie maanden, omzet duurt langer.

Wil je zien waar jouw site nu vastloopt, begin dan met een gratis SEO-scan. De volgorde die daaruit komt, leggen we uit in onze SEO-aanpak.

Onbetaalde zoekresultaten zijn de vermeldingen in Google waar niemand voor betaalt: je staat er omdat het algoritme jouw pagina de meest geschikte vindt voor die zoekopdracht. Ze worden ook organische resultaten genoemd. Alles wat je doet om daar hoger te komen, valt onder SEO.

Het verschil met advertenties

Boven en soms onder de organische resultaten staan advertenties, herkenbaar aan het label “Gesponsord”. Daar betaalt de adverteerder per klik. Zet hij zijn budget uit, dan is hij dezelfde dag weg. Een organische positie kun je niet kopen, niet bij Google en niet bij een bureau. Je verdient hem, of je verdient hem niet.

Hoe je positie tot stand komt

Google weegt honderden signalen, maar in de praktijk komt het neer op vier dingen:

Waarom die posities zoveel waard zijn

De bovenste organische resultaten pakken het leeuwendeel van de klikken. Wie op plek 8 staat, wordt wel getoond maar nauwelijks aangeklikt. Het verschil tussen de eerste en de tweede pagina is niet gradueel, het is een klif. Daar komt bij dat een deel van de zoekers advertenties bewust overslaat en direct naar het eerste onbetaalde resultaat scrolt.

Waar het in de praktijk misgaat

Twee klassiekers. De eerste: rankings vieren in plaats van omzet meten. Een schoonmaakbedrijf dat op plek 1 staat voor “schoonmaakbedrijf Rotterdam” heeft iets waardevols. Datzelfde bedrijf op plek 1 voor “wat is glasbewassing” heeft verkeer zonder klanten.

De tweede: te snel opgeven. Organische posities bewegen langzaam en niet lineair. Je kunt drie maanden niets zien gebeuren en dan in twee weken tien plaatsen stijgen omdat een technische fix eindelijk is opgepikt.

Wil je weten op welke onbetaalde zoekwoorden je nu al meelift zonder het te weten, laat dan een SEO-scan draaien of leg het voor aan een SEO-specialist.

SEO-onderhoud is het doorlopende werk aan een site die al staat: content actueel houden, technische fouten opsporen en repareren, verloren posities terugpakken en bijsturen wanneer Google of je concurrenten van koers veranderen. Het is het verschil tussen een site die op zijn plek blijft en een site die langzaam wegzakt zonder dat iemand weet waarom.

Waarom stilstaan achteruitgang is

Je posities zijn geen bezit, het is een momentopname van hoe jouw pagina zich verhoudt tot de rest. Als jij niets doet en je concurrent werkt zijn pagina bij met actuele prijzen, betere structuur en een paar nieuwe links, dan zakt jouw pagina zonder dat er iets aan jouw kant is veranderd. Daar komt bij dat Google meerdere keren per jaar core updates uitrolt die de weging verschuiven.

Wat er in een onderhoudsmaand gebeurt

Een concreet voorbeeld

Een artikel dat twee jaar netjes op plek 3 stond, zakt in een paar maanden naar 9. Er is niets aan de site veranderd. Wat wel veranderde: twee concurrenten hebben hun versie herschreven met actuele cijfers, een duidelijke koppenstructuur en een tabel. De oplossing is dan geen nieuw artikel, maar hetzelfde artikel opnieuw beter maken dan dat van hen. Dat is doorgaans een dag werk voor iets dat maandenlang verkeer bleef leveren.

Wat onderhoud niet is

Geen maandelijkse blog omdat het in het pakket zit. Geen rapportje met groene pijltjes. Onderhoud is prioriteren: wat kost weinig tijd en levert het meeste op, deze maand. Bij ons zit dat in de SEO-pakketten, zonder jaarcontract en per maand opzegbaar. Weet je niet of je site onderhoud nodig heeft, vraag dan eerst een gratis scan aan.

BellenGratis audit