Een semantische zoekmachine is een zoekmachine die de betekenis en de intentie achter een zoekopdracht probeert te begrijpen, in plaats van alleen te kijken welke pagina’s de ingetikte woorden bevatten. Google is die kant sinds ongeveer 2013 opgegaan en werkt inmiddels vrijwel volledig semantisch.

Van woorden naar betekenis

In de oude situatie zocht een zoekmachine letterlijk naar de tekenreeks die je had ingetikt. Wilde je ranken op goedkope loodgieter, dan zette je die woorden zo vaak mogelijk op de pagina. Dat is voorbij.

Met updates als Hummingbird, RankBrain en BERT leerde Google verbanden herkennen: dat een loodgieter en een installateur dicht bij elkaar liggen, dat iemand die zoekt op mijn kraan lekt hulp zoekt en geen encyclopedisch artikel wil, en dat een ontkenning in een zin de betekenis omkeert. Zoekopdrachten worden omgezet in betekenisvectoren en vergeleken met de betekenis van documenten.

Entiteiten en de Knowledge Graph

De kern van semantisch zoeken zijn entiteiten: mensen, bedrijven, plaatsen, producten en begrippen als losse dingen met eigenschappen en onderlinge relaties. Google weet dat Rotterdam een stad is, dat Feyenoord daar speelt en dat de Erasmusbrug daar staat. Die kennis zit in de Knowledge Graph.

Voor een website betekent dit dat je herkenbaar moet zijn als entiteit. Een consistente bedrijfsnaam, adres en telefoonnummer, structured data en vermeldingen op andere sites helpen Google jou als ding te herkennen in plaats van als losse tekst.

Wat dit betekent voor je content

Je hoeft het zoekwoord niet meer letterlijk twintig keer te herhalen. Wat wel telt, is of je het onderwerp volledig behandelt. Een pagina over dakisolatie die alleen het woord dakisolatie bevat, verliest van een pagina die ook Rc-waarde, dampremmende folie, subsidie, binnenisolatie en spouwmuur benoemt, omdat die tweede pagina aantoont dat hij over het onderwerp gaat en niet alleen het woord bevat.

Een concreet voorbeeld: een dienstpagina scoorde niet op autoschade herstellen, ondanks veelvuldige herhaling van die term. Nadat de pagina was uitgebreid met uitleg over uitdeuken zonder spuiten, verzekering en eigen risico, schadetaxatie en leenauto, kwam hij binnen enkele maanden in de top 5. Er was geen extra keyword toegevoegd, alleen extra betekenis.

Praktisch

Schrijf voor de vraag achter de zoekterm, niet voor de zoekterm. Dek de bijbehorende deelvragen af, gebruik natuurlijke variatie en zorg dat je bedrijf als entiteit klopt. Hoe wij dat vertalen naar een contentplan, staat in onze SEO-aanpak.

De vier SEO-pijlers zijn techniek, content, autoriteit en gebruikerservaring. Samen bepalen ze of een pagina gevonden wordt en of het gevonden worden ook iets oplevert. Ze werken als de poten van een tafel: is er een zwak, dan houdt het geheel geen gewicht.

1. Techniek

Techniek zorgt dat Google je site kan bereiken, lezen en begrijpen. Concreet: een crawlbare structuur, een correcte XML-sitemap, een robots.txt die niets blokkeert wat je wel wilt tonen, canonicals die kloppen, geen redirect chains, een werkende mobiele weergave en fatsoenlijke laadtijden. Techniek levert zelden op zichzelf rankings op, maar een fout in deze laag kan al het andere werk waardeloos maken. Een noindex-tag die per ongeluk op de hele site staat, is de klassieker die elke SEO-specialist minstens een keer heeft meegemaakt.

2. Content

Content is de reden dat iemand op je pagina hoort te landen. Dat begint bij zoekwoordonderzoek: waar zoeken je klanten echt op, en met welke intentie. Daarna komt het schrijven van pagina’s die die vraag beter beantwoorden dan de tien resultaten die er al staan. Meer woorden is niet beter. Vollediger, concreter en eerlijker is beter.

3. Autoriteit

Autoriteit ontstaat als andere websites naar je verwijzen. Google ziet een link als een aanbeveling. Een enkele link uit een gerespecteerde bron weegt zwaarder dan honderd links uit linkfarms. Autoriteit is de pijler die het langzaamst groeit en die het lastigst te versnellen is zonder rommel te kopen. Zie linkbuilding voor hoe je dat wel netjes doet.

4. Gebruikerservaring

De vierde pijler wordt het vaakst vergeten. Als bezoekers direct terugklikken naar Google, is dat een signaal dat je pagina hun vraag niet beantwoordde. En als het bezoek wel blijft maar nergens kan converteren, verdien je er nog steeds niets aan. Duidelijke navigatie, een leesbare pagina, snelle laadtijd en een zichtbare call to action horen hier.

Wat er gebeurt als er een ontbreekt

Een concreet voorbeeld: een bedrijf investeerde twee jaar in artikelen en links, maar had een thema dat op mobiel de contactknop onder de vouw verstopte en zeven seconden laadde. Het verkeer groeide naar duizenden bezoekers per maand en het aantal aanvragen bleef gelijk. Alle pijlers stonden, behalve die ene, en dat kostte de hele investering.

Wil je weten welke van de vier bij jou de zwakste is, dan is een gratis SEO-scan het snelste antwoord.

Videoformaten gebruiken voor geanimeerde content betekent dat je een bewegend beeld niet als GIF plaatst, maar als korte video in MP4- of WebM-formaat. Google Lighthouse geeft hier een eigen aanbeveling voor, omdat een GIF vrijwel altijd veel meer bytes kost dan dezelfde beelden in een moderne videocodec.

Waarom een GIF zo zwaar is

Het GIF-formaat stamt uit de jaren tachtig en kent geen echte videocompressie. Elk frame wordt min of meer los opgeslagen, met een palet van maximaal 256 kleuren. Een animatie van vijf seconden loopt daardoor makkelijk op tot enkele megabytes. Diezelfde vijf seconden als MP4 (H.264) of WebM (VP9) blijven vaak onder de paar honderd kilobyte, met betere kleuren erbij.

Dat verschil merk je direct in je laadtijd. Zware bestanden concurreren met de rest van je pagina om bandbreedte, waardoor de tekst en afbeeldingen boven de vouw later verschijnen. Op mobiel, waar veel bezoekers op een matige verbinding zitten, hakt dat er het hardst in.

Zo zet je het om

Je converteert een GIF naar video en plaatst hem als autoplayende, geluidloze loop. In HTML ziet dat er zo uit: een videotag met de attributen autoplay, muted, loop en playsinline. Die laatste is nodig omdat iOS de video anders schermvullend opent. Geef altijd twee bronnen mee: WebM voor browsers die het ondersteunen, MP4 als terugval.

Een praktijkvoorbeeld: een webshop had op de homepage een GIF van 4,2 MB die een product liet ronddraaien. Na omzetting naar WebM bleef daar ongeveer 200 KB van over. De animatie zag er identiek uit, maar de pagina was zichtbaar sneller klaar met laden.

Waar het misgaat

Wil je weten hoeveel zulke bestanden jouw site kosten? Vraag een gratis SEO-scan aan, dan zie je precies welke media je pagina vertragen.

Een video laadt snel als hij klein is, pas wordt opgehaald op het moment dat iemand hem nodig heeft, en van een server komt die daarop is ingericht. Alle drie die punten worden bij de meeste websites overgeslagen. Het gevolg is een homepage die op papier mooi is, maar op een 4G-verbinding tien seconden lang een grijs vlak toont.

Waarom video je laadtijd zo hard raakt

Een afbeelding weegt tienden van een megabyte. Een videobestand weegt al snel tientallen megabytes. Zet je zo’n bestand als achtergrond in je header, dan concurreert hij om bandbreedte met precies de dingen die je bezoeker eerst wil zien: je tekst, je logo, je knop. Google meet dat mee in de Core Web Vitals. Vooral Largest Contentful Paint loopt op als het grootste element in beeld een video is die nog moet binnenkomen.

Wat je in de praktijk tegenkomt: een bureau levert een sfeervideo aan van 4K, 60 beelden per seconde, 80 MB, en die wordt ongewijzigd als hero geplaatst. Op een goede laptop met glasvezel valt het niet op. Op een telefoon buiten de stad is het een leeg scherm.

Comprimeer voordat je uploadt

De meeste winst pak je nog voordat het bestand op je server staat. Een paar vuistregels:

Een sfeervideo van 80 MB is met die stappen vaak terug te brengen tot onder de 3 MB, zonder dat een bezoeker het verschil ziet.

Zelf hosten of uitbesteden

Een video vanaf je eigen gedeelde hosting serveren is de traagste optie die er is. Die servers zijn gebouwd voor kleine HTML-verzoeken, niet voor het uitleveren van grote bestanden aan tientallen bezoekers tegelijk. Zet langere video’s op YouTube of Vimeo, of gebruik een CDN. Je krijgt er automatische compressie, meerdere kwaliteitsniveaus en servers dicht bij je bezoeker voor terug.

Let wel op: een standaard YouTube-embed trekt al bij het laden van je pagina honderden kilobytes aan scripts binnen, ook als niemand op play drukt. Gebruik daarom een lichte variant die alleen een afbeelding en een play-knop toont, en de echte speler pas inlaadt na een klik.

Laad de video pas als het nodig is

Voor video’s die je wel zelf host, doe je het volgende:

  1. Geef een poster mee. Dat is de afbeelding die direct zichtbaar is terwijl de video nog laadt. Zonder poster zie je een zwart vlak.
  2. Zet preload op none of op metadata. Zonder die instelling begint de browser het hele bestand te downloaden, ook als de video onder de vouw staat en niemand er ooit komt.
  3. Autoplay alleen zonder geluid en alleen als de video echt decoratief is. Een pratend hoofd dat vanzelf begint, jaagt mensen weg.
  4. Laad video’s die verder op de pagina staan pas in wanneer ze bijna in beeld komen.

Controleer of het geholpen heeft

Meet altijd na. Draai je pagina door PageSpeed Insights en kijk naar de mobiele score, niet naar de desktopscore. Open het netwerktabblad van je browser en check hoeveel megabyte er binnenkomt voordat je iets hebt aangeklikt. Zie je daar nog steeds je videobestand volledig langskomen, dan is je preload-instelling niet doorgekomen.

Twijfel je of je laadtijd je rankings in de weg zit, vraag dan een gratis SEO-scan aan. Daarin zie je meteen welke pagina’s op snelheid onderuitgaan en waar het aan ligt.

Een zoekmachine is een systeem dat webpagina’s verzamelt, opslaat en op volgorde zet, zodat een gebruiker die een zoekopdracht intikt binnen een fractie van een seconde een lijst met relevante resultaten krijgt. Google, Bing, DuckDuckGo en Ecosia zijn allemaal zoekmachines, al draaien sommige op de index van een ander.

Drie stappen: crawlen, indexeren, ranken

Een zoekmachine stuurt crawlers (bij Google heet die Googlebot) het web op. Die volgen links van pagina naar pagina en halen de HTML op. Wat ze tegenkomen gaat naar de index, een enorme database waarin per pagina staat waar hij over gaat, welke woorden erop staan, hoe hij is opgebouwd en welke sites ernaar linken.

Pas als iemand iets zoekt, komt de derde stap: ranken. De zoekmachine haalt uit de index de pagina’s die bij de zoekopdracht passen en zet ze op volgorde met een reeks signalen. Denk aan hoe goed de inhoud aansluit op de vraag, hoe betrouwbaar de website is, hoeveel andere sites ernaar verwijzen en hoe de pagina op een telefoon presteert.

Wat een zoekmachine van jouw site wil

Een pagina die niet gecrawld kan worden, komt niet in de index. Een pagina die niet in de index staat, kan nooit ranken. Die volgorde is hard. Concreet betekent dat: geen belangrijke pagina’s achter een noindex-tag, geen doodlopende structuur zonder interne links, een sitemap die klopt, en een robots.txt die niets blokkeert wat je wel wilt laten zien.

Een voorbeeld dat we vaker tegenkomen: een bedrijf laat een nieuwe website bouwen, de bouwer zet de site op noindex tijdens de bouw, en vergeet die vinkjes bij oplevering weer weg te halen. De site is dan gewoon onvindbaar, hoe goed de teksten ook zijn.

Google is niet de enige, maar wel de norm

In Nederland loopt het overgrote deel van het zoekverkeer via Google. Optimaliseer je voor Google, dan doe je het bij Bing meestal ook goed, omdat de basisprincipes overlappen. Wat verschuift, is de manier waarop resultaten worden getoond: AI-antwoorden, featured snippets en lokale kaartresultaten duwen de klassieke blauwe links steeds verder naar beneden.

Wil je weten hoe jouw site ervoor staat in de index? Onze SEO-specialisten kijken met je mee.

Een Google Ads-campagne is de bovenste laag in een Google Ads-account waarin je vastlegt wat je met je advertenties wilt bereiken: welk doel, welk dagbudget, welk netwerk, welke locatie en welke biedstrategie. Onder die campagne hangen advertentiegroepen, en daaronder de zoekwoorden en advertenties zelf. De naam AdWords is in 2018 vervallen, maar wordt in de praktijk nog volop gebruikt.

De structuur van een account

De hiërarchie is simpel en het loont om je eraan te houden:

Een loodgieter die zowel spoedklussen als badkamerrenovaties doet, zet daar twee campagnes voor op. Spoed vraagt om een hoger bod, korte teksten met een telefoonnummer en advertenties die dag en nacht draaien. Badkamerrenovatie is een oriëntatietraject en verdient een eigen landingspagina en een ander bod. In één campagne gooien betekent dat het ene budget het andere opeet.

Wat een campagne kost en oplevert

Je betaalt per klik, niet per vertoning. Wat je per klik betaalt hangt af van de concurrentie op het zoekwoord en van je kwaliteitsscore: een cijfer dat Google geeft op basis van de verwachte klikfrequentie, de relevantie van de advertentie en de ervaring op de landingspagina. Een hogere kwaliteitsscore betekent een lagere klikprijs voor dezelfde positie. Adverteren op een pagina die niet aansluit op de advertentie, is dus letterlijk duurder.

De klassieke fouten

Geen uitsluitingszoekwoorden instellen is de duurste. Zonder die lijst betaal je voor zoekopdrachten met “gratis”, “vacature” of “zelf doen” erin. Verder: doorlinken naar de homepage in plaats van een pagina die het aanbod uit de advertentie behandelt, en conversietracking niet inrichten, waardoor je nooit weet welke klik geld heeft opgeleverd.

Ads en SEO naast elkaar

Advertenties leveren direct verkeer op, maar stoppen zodra je stopt met betalen. Organische posities bouwen langzaam op en blijven staan. De combinatie werkt goed: gebruik Ads om te testen welke zoekwoorden echt aanvragen opleveren en zet die kennis in bij je SEO-aanpak.

Overstappen van SEO-bureau is het overdragen van je website, je accounts en je opgebouwde data naar een nieuwe partij, zonder dat je zichtbaarheid daar onderweg schade van oploopt. Dat laatste is het punt waar het meestal misgaat, en bijna altijd omdat er dingen op naam van het oude bureau stonden die op jouw naam hadden gemoeten.

Wanneer een overstap terecht is

Niet elke tegenvallende maand is reden om te wisselen. SEO heeft tijd nodig, en een bureau dat na drie maanden nog geen verkeersgroei laat zien, doet het niet per se verkeerd. Wat wel telt:

Wat je regelt voordat je opzegt

Zeg niet op voordat je zeker weet dat alles van jou is. Loop deze lijst af en zorg dat jij, of iemand binnen je bedrijf, eigenaar is van:

  1. De domeinnaam. Check bij je registrar wie er als houder staat. Staat het bureau daar, dan hebben zij formeel je domein.
  2. De hosting. Draait je site op een pakket van het bureau, dan gaat je website eruit als je vertrekt.
  3. Google Search Console en Google Analytics. Vraag eigenaarsrechten, geen leesrechten. Zonder historische data begint je nieuwe partij blind.
  4. Je Google Bedrijfsprofiel. Vaak aangemaakt met het mailadres van het bureau.
  5. Beheerderstoegang tot je CMS. Inclusief de licenties van betaalde plugins of thema’s.

Een voorbeeld dat vaker voorkomt dan je denkt: een ondernemer zegt zijn contract op, en twee weken later staat de website offline omdat de hosting op naam van het bureau stond en niet verlengd werd. Die site stond er tien jaar. De rankings waren binnen een maand weg.

De overdracht zelf

Vraag om een export van wat er is opgebouwd. Denk aan een lijst met de content die is gepubliceerd, een overzicht van de links die zijn geplaatst, de keyword-set waarop wordt gestuurd, en de technische ingrepen die zijn gedaan. Laat je nieuwe partij daarna een nulmeting doen voordat er ook maar iets wordt aangepast. Zonder beginpunt kun je later niet zien of een daling door de overstap kwam of door iets anders.

Pas op met links die op huurbasis zijn geplaatst. Bureaus die maandelijks betalen voor een linkplaatsing, halen die links weg zodra je vertrekt. Vraag daar expliciet naar. Verdwijnt de helft van je linkprofiel in één keer, dan voel je dat.

Waar je in de eerste maanden op let

Een nieuwe partij wil graag laten zien wat ze kunnen en gaat vaak meteen aan de site sleutelen. Dat is precies het moment waarop er dingen sneuvelen. Spreek af dat er eerst gemeten wordt, dan geanalyseerd, en pas daarna aangepast. Zo werkt onze aanpak ook: eerst begrijpen wat er staat, dan pas ingrijpen.

Wij werken zonder jaarcontracten en per maand opzegbaar, juist omdat een klant die blijft omdat hij moet, geen tevreden klant is. Wil je weten hoe je site er nu voor staat voordat je een beslissing neemt, vraag dan een gratis SEO-scan aan, of lees hoe SEO uitbesteden bij ons werkt.

Chrome DevTools is de gereedschapskist die standaard in de Chrome-browser zit en waarmee je de HTML, CSS, JavaScript, netwerkverzoeken en prestaties van een webpagina kunt inspecteren. Je opent hem met F12, of met rechtermuisknop en Inspecteren. Voor SEO is het de snelste manier om te zien wat er echt gebeurt op een pagina, in plaats van wat de bouwer denkt dat er gebeurt.

De tabbladen die er voor SEO toe doen

Het verschil tussen broncode en DOM

Dit is waar veel mensen de mist ingaan. Met “Paginabron weergeven” zie je de rauwe HTML die de server stuurt. Het tabblad Elements toont de DOM: de HTML nadat JavaScript ermee aan de slag is geweest. Staat je content wel in Elements maar niet in de broncode, dan wordt hij door JavaScript ingeladen. Google kan daarmee omgaan, maar het gaat trager en foutgevoeliger.

Een concreet geval: een webshop toonde alle productbeschrijvingen via JavaScript vanuit een externe API. In Elements stond de tekst netjes, in de broncode niets. Google indexeerde de pagina’s als vrijwel leeg. Door de beschrijvingen server-side mee te sturen, waren ze een crawlronde later gewoon zichtbaar.

Snelle test die je meteen kunt doen

Open DevTools, ga naar Network, vink Disable cache aan en herlaad de pagina. Onderin zie je het totale gewicht. Zit je boven de 2 MB, dan valt er vrijwel altijd winst te halen met afbeeldingen en ongebruikte scripts. Wil je die analyse liever uit handen geven? Start met een gratis SEO-scan.

Trust Flow is een score van 0 tot 100 van de tool Majestic, die aangeeft hoe betrouwbaar de links naar een website zijn. De score wordt berekend door te kijken hoe dicht een site in het linknetwerk bij een set handmatig geselecteerde, betrouwbare websites staat. Hoe korter de linkafstand tot die vertrouwde bronnen, hoe hoger de Trust Flow.

Trust Flow en Citation Flow horen bij elkaar

Majestic heeft een tweede score: Citation Flow, die puur naar de hoeveelheid links kijkt, niet naar de kwaliteit ervan. Los van elkaar zeggen die getallen weinig. De verhouding tussen beide vertelt het verhaal.

Een voorbeeld: een site met Citation Flow 45 en Trust Flow 4 heeft ergens een linkpakket ingekocht. De links zijn er wel, maar ze komen uit een hoek waar niemand naar kijkt. Dat soort profielen levert geen posities op en levert soms zelfs problemen op.

Wat Trust Flow niet is

Het is geen Google-signaal. Google gebruikt de score niet en heeft er geen boodschap aan. Het is een schatting van een externe partij, gebaseerd op een eigen crawl van het web. Die crawl is niet compleet, dus links die Majestic niet kent, tellen niet mee. Een site kan dus een prima linkprofiel hebben en toch een matige Trust Flow scoren.

Gebruik het waarvoor het geschikt is: als filter bij linkbuilding. Als je overweegt een link te plaatsen op een site met Trust Flow 2 en Citation Flow 60, dan weet je genoeg zonder verder te kijken.

Kijk ook naar het onderwerp

Majestic geeft per site een Topical Trust Flow: in welke categorie het vertrouwen zit. Een bouwbedrijf dat een link krijgt van een site met hoge Trust Flow in de categorie Gezondheid, heeft daar weinig aan. Een link uit een relevante hoek met een lagere score is dan waardevoller. Relevantie boven cijfers, altijd.

Een orphan page is een pagina op je website waar geen enkele interne link naartoe wijst. Hij bestaat wel, hij is bereikbaar via de directe URL, maar je komt er niet via het menu, niet via een categorie en niet via een link in een tekst. In het Nederlands worden ze soms wees-pagina’s genoemd.

Waarom het een probleem is

Zoekmachines vinden pagina’s grotendeels door links te volgen. Zit er geen enkele link naar een pagina, dan is de kans klein dat een crawler hem tegenkomt. Staat hij toch in je XML-sitemap, dan kan hij nog worden opgepikt, maar hij krijgt geen interne linkwaarde door. Google leidt uit interne links af hoe belangrijk een pagina is. Nul links betekent: kennelijk vindt de site zelf hem niet belangrijk.

Voor bezoekers is het net zo vervelend. Iemand die via Google op zo’n pagina binnenkomt, kan nergens heen. Geen gerelateerde diensten, geen logische vervolgstap. Die bezoeker klikt weg.

Hoe ze ontstaan

Een voorbeeld uit de praktijk: een installatiebedrijf had per plaats een aparte servicepagina laten schrijven. Die stonden alleen in de sitemap, nergens in het menu of onderaan een pagina. Ze rankten nauwelijks. Nadat ze vanuit de hoofddienstpagina en de footer werden aangelinkt, kwam er beweging in.

Zo spoor je ze op

Je hebt twee lijsten nodig. Eén: alle URL’s die een crawler vindt door vanaf de homepage links te volgen (Screaming Frog, Sitebulb). Twee: alle URL’s die daadwerkelijk bestaan, uit je XML-sitemap, je CMS-export en Google Search Console. Wat in lijst twee staat maar niet in lijst één, is een orphan page.

Daarna maak je per pagina een keuze. Hoort hij erbij? Link ernaartoe vanuit een logische plek in je structuur. Is hij overbodig of dubbel? Verwijder hem en zet een 301-redirect naar het dichtstbijzijnde alternatief. Half laten staan is de slechtste optie. Twijfel je over je structuur, kijk dan naar onze aanpak.

Een banner is een grafische advertentie op een webpagina, meestal een rechthoekig beeld of een korte animatie, die de bezoeker naar de website van de adverteerder brengt. Banners worden ingekocht via netwerken zoals het Google Display Netwerk, of rechtstreeks bij een uitgever. Daarnaast wordt de term gebruikt voor een grote afbeelding bovenaan een eigen pagina, de zogenoemde headerbanner.

Veelgebruikte formaten

De advertentiemarkt draait om een handvol standaardmaten, uitgedrukt in pixels:

Wie in Google Ads een displaycampagne draait, levert die maten aan of laat Google responsieve advertenties samenstellen uit losse beelden, koppen en teksten.

Bannerblindheid

Bezoekers hebben geleerd om alles wat op een advertentie lijkt te negeren. Blokken op de bekende bannerposities krijgen daardoor weinig aandacht, ook als de inhoud relevant is. Displaycampagnes leveren daarom zelden directe verkoop op. Ze werken beter als je ze inzet voor merkbekendheid of remarketing, waarbij je mensen benadert die je site al eens bezochten.

Waar het je site pijn doet

Banners op je eigen site kosten laadtijd. Een advertentiescript haalt vaak nog meer scripts op en die vertragen het moment waarop je pagina bruikbaar wordt. Verschuift de pagina als de banner inlaadt, dan tikt dat aan in je Cumulative Layout Shift, een van de Core Web Vitals waar Google op let. De oplossing is simpel: reserveer de ruimte vooraf met vaste afmetingen, zodat de content niet verspringt.

Een concreet geval: een nieuwswebsite plaatste een leaderboard boven de titel, zonder vaste hoogte. Zodra de advertentie laadde, sprong de hele pagina 90 pixels naar beneden. Lezers klikten per ongeluk op de banner en haakten af. Met een vaste hoogte op het bannerblok was dat opgelost.

Headerbanner op je eigen pagina

Gebruik je een grote afbeelding bovenaan je pagina, comprimeer hem dan goed en zet er geen tekst in als afbeelding. Zoekmachines lezen die tekst niet. Zet je boodschap in gewone HTML boven of over het beeld heen.

SEOquake is een gratis browserextensie van Semrush die SEO-gegevens van een website direct in je browser toont. Je installeert hem in Chrome, Firefox of Edge en krijgt dan met één klik een overzicht van zaken als de title, meta-description, koppenstructuur, interne en externe links, en het aantal geïndexeerde pagina’s.

Wat je ermee kunt

Hoe je het slim gebruikt

SEOquake is een verkenningstool, geen auditsysteem. Waar het echt tijd bespaart, is bij het beoordelen van een zoekresultatenpagina. Stel, je overweegt te schrijven over “airco laten installeren”. Je zoekt erop, zet SEOquake aan en ziet meteen of de top tien bestaat uit landelijke vergelijkingssites of uit lokale installateurs. Staan er vooral grote portalen, dan weet je dat je met een gewone dienstpagina weinig kans maakt en beter kunt inzetten op lokale SEO.

Waar je voorzichtig mee moet zijn

De cijfers komen deels uit externe databases die niet volledig zijn. Het aantal geïndexeerde pagina’s is een schatting, geen feit. Ook rekent SEOquake voor sommige gegevens tegen je Semrush-limiet aan als je bent ingelogd.

De grootste valkuil is de keyword density. Er bestaat geen ideaal percentage waar je naartoe moet werken, en teksten volproppen om een getal te halen leest slecht en helpt niet. Gebruik het cijfer hooguit om te controleren of je onderwerp überhaupt duidelijk genoeg in de tekst zit.

All in One Schema Rich Snippets is een WordPress-plugin waarmee je schema-markup aan je pagina’s en berichten toevoegt, zodat Google er rich snippets van kan maken: zoekresultaten met extra elementen zoals sterren, prijzen, kooktijden of evenementdata. De plugin voegt onder de editor een blok toe waarin je per bericht kiest welk type informatie je wilt vastleggen.

Welke types de plugin ondersteunt

Je vult de velden in, de plugin zet de markup in de HTML, en Google kan die uitlezen. Het resultaat is een zoekresultaat dat meer opvalt en daardoor vaak meer klikken krijgt, zonder dat je positie verandert.

Waarom je tegenwoordig vaak beter af bent met iets anders

De plugin is oud en gebruikt op sommige plekken nog microdata in plaats van JSON-LD, het formaat waar Google zelf de voorkeur aan geeft. Belangrijker: moderne SEO-plugins doen dit werk al. Yoast SEO en Rank Math bouwen automatisch een samenhangende schema-structuur op, waarin je organisatie, je website, de pagina en de auteur netjes aan elkaar gekoppeld zijn. Zet je daar handmatig een tweede plugin naast, dan krijg je dubbele of tegenstrijdige markup en dat werkt tegen je.

Een praktijkgeval: een webshop draaide WooCommerce (dat zelf al Product-schema meestuurt), plus Yoast, plus deze plugin. Google Search Console meldde vervolgens dubbele producten met verschillende prijzen op dezelfde URL. Na het uitzetten van de losse plugin waren de fouten weg.

Regel die altijd geldt

Markeer alleen wat echt op de pagina staat en zichtbaar is voor de bezoeker. Sterren toevoegen aan een pagina zonder echte beoordelingen is in strijd met de richtlijnen van Google en levert een handmatige maatregel op. Controleer je markup altijd met de Rich Results Test van Google voordat je iets live zet.

Twijfel je of jouw schema-opzet klopt? Vraag een gratis SEO-scan aan, daar komt het uit.

Een DNS-check is een controle van de DNS-records van een domeinnaam: de instellingen die bepalen naar welke server je website wijst, waar je e-mail naartoe gaat en welke partijen namens jou mogen mailen. DNS staat voor Domain Name System, het adresboek van het internet dat een domeinnaam vertaalt naar een IP-adres.

De records die je moet kennen

Wanneer je een DNS-check doet

Bij een verhuizing van hosting is het het eerste wat je nakijkt. Verandert het A-record niet mee, dan blijft je domein naar de oude server wijzen en zien bezoekers een oude of lege site. Wijzigingen zijn niet direct overal zichtbaar: DNS-servers wereldwijd bewaren records tijdelijk in hun cache, volgens de TTL (time to live) die je hebt ingesteld. Staat die op 24 uur, dan kan het een dag duren voor iedereen de nieuwe server ziet. Zet die TTL dus laag, bijvoorbeeld op 300 seconden, ruim voordat je verhuist.

Ook bij mailproblemen begin je hier. Komen je mails in de spambox terecht, dan ontbreekt vaak een SPF- of DKIM-record, of staat er nog een SPF-record van een oude provider tussen. Twee SPF-records op één domein is ongeldig, dan faalt de check helemaal.

Hoe je controleert

Op de commandline gebruik je dig of nslookup. Online zijn er gratis controlepagina’s die je alle records in één keer tonen en direct waarschuwen bij ontbrekende of dubbele instellingen. Vergelijk altijd wat je bij je registrar hebt ingesteld met wat er publiek zichtbaar is. Zit daar verschil in, dan is de wijziging nog niet doorgekomen of is hij ergens anders overschreven.

Het SEO-verband

Een domein dat door een DNS-fout onbereikbaar is, wordt door Googlebot als down gezien. Duurt dat langer, dan verdwijnen pagina’s uit de index. Plan verhuizingen daarom nooit op een vrijdagmiddag en controleer direct na de switch of je site en je mail het doen.

Een uitverkocht product stelt je voor een keuze: laat je de pagina staan, verwijder je hem, of stuur je hem door naar iets anders? Het antwoord hangt af van één vraag: komt het product terug, of niet? Die vraag beantwoorden voordat je iets doet, scheelt je een hoop verloren verkeer.

Tijdelijk uitverkocht: laat de pagina staan

Komt het product binnen afzienbare tijd terug, dan houd je de URL gewoon in de lucht met een 200-statuscode. Je pagina heeft rankings, backlinks en interne links opgebouwd. Verwijder je hem, dan gooi je dat weg en begin je bij terugkomst opnieuw.

Wat je wel doet: zet er duidelijk bij dat het product tijdelijk niet leverbaar is, geef indien mogelijk een verwachte datum, en bied een alternatief aan. Een e-mailveld met “laat het me weten zodra hij er weer is” vangt de bezoeker op die anders wegklikt. Zet in je productschema de availability op OutOfStock, zodat Google geen verkeerde beschikbaarheid toont in Shopping.

Definitief uit het assortiment: 301 naar het beste alternatief

Komt het product nooit meer terug, dan zet je een 301-redirect naar de meest logische opvolger. Dat is het vervangende model, of anders de categoriepagina waar het product in zat. Een 301 geeft het grootste deel van de opgebouwde waarde door.

Redirect nooit alles naar de homepage. Google ziet dat als een soft 404: een doorverwijzing die niets met het origineel te maken heeft. De waarde verdampt en de bezoeker die op een specifieke schoen zocht, staat opeens op je voorpagina en klikt weg.

Een concreet voorbeeld

Een webshop in tuinmeubelen verkocht een loungeset die uit de collectie ging. De opvolger was een vrijwel identiek model in een andere kleurstelling. Een 301 van de oude URL naar het nieuwe model hield het zoekverkeer op merknaam plus modelnaam grotendeels overeind. Was diezelfde pagina verwijderd met een 404, dan was het verkeer weg geweest en waren de links naar die pagina waardeloos geworden.

Wanneer een 404 wel mag

Heeft de pagina geen verkeer, geen links en geen zoekwoorden waarop hij scoort, en is er geen zinnig alternatief? Dan is een 410 (permanent verdwenen) of een nette 404 prima. Honderden loze redirects onderhouden kost meer dan het oplevert.

Twijfel je bij een grote opschoning welke pagina’s waarde hebben? Onze SEO-specialisten kijken naar de data voordat er iets weggaat.

Verkeerspotentie is het verkeer dat je realistisch kunt halen met een pagina over een bepaald onderwerp, in plaats van het zoekvolume van één losse zoekterm. Het verschil is groot: een pagina die op positie 1 staat voor een zoekwoord met 500 zoekopdrachten per maand, rankt in de praktijk vaak ook op tientallen tot honderden verwante zoektermen. Het totale verkeer ligt daardoor structureel hoger dan het volume van dat ene zoekwoord.

Waarom het zoekvolume je op het verkeerde been zet

Zoekvolume in tools als Semrush of Ahrefs is een schatting, afgerond en gemiddeld over twaalf maanden. Een seizoensterm met alle vraag in november staat het hele jaar op hetzelfde nette gemiddelde. Daarnaast telt het volume alleen exact die schrijfwijze. Enkelvoud, meervoud, typefouten en synoniemen worden apart geteld, terwijl Google ze grotendeels als hetzelfde behandelt.

De omgekeerde fout komt ook voor: een zoekwoord met een hoog volume waar niemand op klikt, omdat Google het antwoord al bovenaan geeft in een featured snippet of AI-overzicht. Het volume is er, het verkeer niet.

Zo schat je verkeerspotentie in

De praktische methode: zoek het zoekwoord op, kijk welke pagina op positie 1 staat, en zoek in een tool op hoeveel verkeer die ene pagina in totaal binnenhaalt en op hoeveel zoekwoorden hij scoort. Dat getal is je bovengrens. Het vertelt je wat het onderwerp waard is, niet wat het zoekwoord waard is.

Een voorbeeld: “kozijnen schilderen kosten” heeft een bescheiden volume. De pagina die daarop nummer 1 staat, blijkt ook te scoren op “wat kost kozijnen verven”, “prijs buitenschilderwerk kozijnen” en tientallen varianten. Het onderwerp levert een veelvoud op van wat het losse zoekwoord suggereert.

Intentie weegt zwaarder dan volume

Tien bezoekers die zoeken op “offerte kozijnen vervangen” zijn meer waard dan duizend die zoeken op “geschiedenis van het kozijn”. Kijk daarom eerst naar wat iemand van plan is, dan pas naar hoeveel mensen dat zijn. Een zoekwoord met weinig volume en duidelijke koopintentie verdient meestal voorrang op een populaire term waar alleen oriënterende bezoekers op zitten.

Bij het opstellen van een SEO-plan beginnen we daarom bij de vraag welke zoekopdrachten tot een aanvraag leiden, niet bij de grootste getallen in de keyword tool.

Duplicate content is inhoud die identiek of vrijwel identiek op meerdere URL’s te vinden is, binnen je eigen website of verspreid over meerdere websites. Zoekmachines moeten dan kiezen welke versie ze tonen, en die keuze pakt niet altijd uit zoals jij wilt.

Er is geen “duplicate content penalty”

Google straft je niet voor dubbele content, tenzij het duidelijk gaat om misleiding: hele sites die andermans teksten kopiëren om te ranken. In normale gevallen kiest Google simpelweg één versie als de canonieke en negeert de rest. Het probleem zit in de gevolgen daarvan.

Waar het vandaan komt

Meestal niet uit luiheid, maar uit techniek. Klassiekers:

Dat laatste is de gevaarlijkste. Twintig pagina’s die alleen verschillen in de plaatsnaam is thin content en dat werkt niet meer. Wil je echt lokaal scoren, dan moet elke pagina eigen inhoud hebben: eigen projecten, eigen werkgebied, eigen informatie. Kijk voor de aanpak bij lokale SEO.

Oplossen

De canonical tag is je belangrijkste gereedschap: je wijst per pagina aan welke URL de originele is. Verder: zet redirects van varianten naar de hoofdversie, sluit filter-URL’s uit van indexering met noindex of via parameterafhandeling, en herschrijf overgenomen leveranciersteksten.

Een voorbeeld: een webshop had 4.000 producten en bijna 60.000 geïndexeerde URL’s door filtercombinaties. Na het instellen van canonicals en het uitsluiten van de filterparameters kromp de index naar iets dat klopte, en werd de crawlcapaciteit besteed aan de productpagina’s die er echt toe deden.

Een noindex-tag is een instructie aan zoekmachines om een pagina niet in de zoekresultaten op te nemen. Je plaatst hem als meta-robots-tag in de head van je HTML, of als X-Robots-Tag in de HTTP-header. De pagina blijft gewoon bereikbaar voor bezoekers, hij verdwijnt alleen uit Google.

Hoe je hem plaatst

In de head zet je een meta-tag met de naam robots en de waarde noindex. Wil je ook dat de links op die pagina niet gevolgd worden, dan maak je er noindex, nofollow van. In de praktijk hoef je dat zelden. Voor bestanden waar geen HTML in zit, zoals een PDF, gebruik je de X-Robots-Tag in de serverheader, want daar kun je geen meta-tag in kwijt.

In WordPress regel je dit meestal via je SEO-plugin. Yoast en Rank Math hebben per pagina en per contenttype een schakelaar “tonen in zoekresultaten”.

Wanneer je noindex gebruikt

Noindex is niet hetzelfde als robots.txt

Dit verschil kost mensen regelmatig hun rankings. Met robots.txt voorkom je dat een crawler een pagina ophaalt. Met noindex voorkom je dat hij hem indexeert. Blokkeer je een pagina in robots.txt, dan kan Google de noindex-tag nooit lezen, want hij komt de pagina niet binnen. Het gevolg: de URL kan alsnog in de resultaten opduiken, zonder omschrijving, met de melding dat er geen informatie beschikbaar is.

De juiste volgorde is dus: wil je iets uit de index hebben, laat de pagina crawlbaar en zet er noindex op. Pas als hij daadwerkelijk uit de index verdwenen is, kun je hem eventueel blokkeren in robots.txt.

De fout die hele sites offline zet

Tijdens de bouw van een nieuwe website zet vrijwel elke ontwikkelaar de site op noindex. In WordPress is dat één vinkje: “Zoekmachines ontmoedigen deze site te indexeren”. Wordt dat vinkje bij de livegang niet uitgezet, dan is de complete website onvindbaar in Google, hoe goed alles er verder ook uitziet. Controleer dit dus altijd op de dag van oplevering. Een gratis SEO-scan haalt dit soort blokkades er direct uit.

CTR staat voor click-through rate, oftewel de doorklikratio: het percentage mensen dat op jouw zoekresultaat klikt, gedeeld door het aantal keer dat dat resultaat is getoond. Sta je duizend keer in de resultaten en klikken vijftig mensen door, dan is je CTR 5 procent. Google Search Console laat dit cijfer per pagina en per zoekwoord zien.

Er is geen universeel goed getal

Wat een normale CTR is, verschilt sterk per situatie. De belangrijkste factor is je positie: de eerste organische plek pakt verreweg de meeste klikken, en het valt daarna snel terug. Maar er speelt meer mee:

Vergelijk je CTR dus niet met een tabel van internet, maar met je eigen gemiddelde op vergelijkbare posities. Dat is de enige bruikbare maatstaf.

Hoe je hem gebruikt

Open Search Console, filter op de laatste drie maanden en sorteer op vertoningen. Zoek de pagina’s die veel worden getoond maar weinig klikken krijgen bij een redelijke positie. Dat zijn je snelste verbeteringen: de ranking staat er al, alleen de verpakking klopt niet.

Een voorbeeld: een dienstpagina stond op positie 4 met veel vertoningen en een opvallend lage doorklikratio. De title was “Diensten | Bedrijfsnaam”. Na aanpassing naar een title die de dienst benoemt en er een concreet voordeel bij zet, ging de doorklikratio omhoog terwijl de positie hetzelfde bleef.

Wat je aan je snippet kunt doen

Gestructureerde data is code die je aan een pagina toevoegt om zoekmachines expliciet te vertellen wat er op die pagina staat. Niet in tekst, maar in een vast formaat dat een machine zonder gokwerk kan lezen. De standaard heet schema.org, en de meest gebruikte vorm is JSON-LD: een blokje code in de broncode van je pagina.

Wat het probleem is dat het oplost

Op een productpagina staat ergens 49,95 en ergens 4,7. Een mens ziet meteen dat het eerste een prijs is en het tweede een beoordeling. Een zoekmachine moet dat afleiden uit context, en dat gaat regelmatig mis. Met gestructureerde data zeg je het gewoon: dit is een Product, de prijs is 49,95 euro, de gemiddelde beoordeling is 4,7 op basis van 38 reviews, en de voorraadstatus is beschikbaar. Geen interpretatie meer nodig.

Dat helpt je op twee manieren. Je maakt kans op een rich result in de zoekresultaten, dus sterren, prijzen of een uitklapbare FAQ onder je link. En je maakt het voor zoekmachines en AI-antwoordsystemen makkelijker om te begrijpen waar je pagina over gaat, wat de kans vergroot dat je geciteerd wordt.

Welke types je nodig hebt

Er zijn honderden schema-types, maar de meeste websites hebben er een handvol nodig:

Meer is niet beter. Markup toevoegen voor iets dat je pagina niet is, levert niets op.

Wat er in de praktijk misgaat

De meest voorkomende fout is markup die niet klopt met wat de bezoeker ziet. Reviewsterren aanmelden terwijl er nergens op de pagina reviews staan, of een prijs opgeven die niet overeenkomt met de prijs op de pagina. Dat wordt gezien als misleiding en kan leiden tot een handmatige maatregel waarbij al je rich results verdwijnen.

De tweede klassieker: meerdere plugins die dezelfde markup uitspugen. Je SEO-plugin genereert Organization-schema, je thema doet het ook, en je cookiebanner voegt er voor de zekerheid nog een aan toe. Het resultaat is een pagina met drie tegenstrijdige beschrijvingen van hetzelfde bedrijf. Kijk in je broncode of je maar één blok per type hebt.

De derde: verplichte velden vergeten. Een Product-schema zonder prijs of zonder voorraadstatus wordt door Google genegeerd. Je hebt de moeite genomen, maar krijgt er niets voor terug.

Hoe je het controleert

Test elke pagina met een validator voordat je hem live zet. De Rich Results Test laat zien of je in aanmerking komt voor een rich result. De Schema Markup Validator laat zien of je code technisch klopt, ook voor types die Google niet visueel toont. Daarna kijk je in Search Console onder de verbeteringsrapporten. Daar zie je per type hoeveel geldige items er zijn en welke pagina’s een fout bevatten.

Verwacht geen ranking-sprong. Gestructureerde data is geen rankingfactor op zichzelf. Wat het wel doet is je vermelding groter en duidelijker maken, en daarmee je doorklikratio verhogen. Dat is winst die je zonder extra content of extra links binnenhaalt.

Een IP-adres is het unieke nummer waarmee een apparaat of server op een netwerk te bereiken is. Elke website draait op een server met een IP-adres, en het DNS-systeem vertaalt jouw domeinnaam naar dat nummer. Zonder die vertaling zou je in je browser een reeks cijfers moeten intikken in plaats van een naam.

IPv4 en IPv6

Een IPv4-adres bestaat uit vier getallen van 0 tot 255, gescheiden door punten, bijvoorbeeld 93.184.216.34. Er zijn ongeveer 4,3 miljard van die adressen en die zijn op. Daarom bestaat IPv6, met een veel langere notatie in hexadecimale blokken gescheiden door dubbele punten. De meeste sites zijn tegenwoordig via beide bereikbaar. In je DNS regel je dat met een A-record (IPv4) en een AAAA-record (IPv6).

Gedeeld of eigen IP-adres

Op gedeelde hosting delen tientallen tot honderden websites één IP-adres. De webserver kijkt naar de domeinnaam in het verzoek en serveert de juiste site. Dat is normaal en op zichzelf geen probleem. Een eigen IP-adres heb je nodig in specifieke situaties, bijvoorbeeld bij bepaalde SSL-configuraties of mailservers.

Rond gedeelde IP’s leeft hardnekkig het verhaal dat je slecht scoort omdat er “slechte buren” op je server zitten. Voor gewone hosting bij een fatsoenlijke partij speelt dat geen rol; Google weet allang dat gedeelde hosting de standaard is. Waar het wel misgaat, is bij e-mail: zit er een spammer op jouw IP-adres, dan kan het hele adres op een blacklist belanden en komt jouw mail niet meer aan. Dat is een reden om je hoster kritisch te kiezen.

Waar het IP-adres SEO wel raakt

Een concreet geval: een site zette een agressieve beveiligingsregel aan die alle bots uit bepaalde IP-ranges weerde. Googlebot zat daar tussen. Binnen enkele weken verdwenen pagina’s uit de index, terwijl bezoekers niets vreemds merkten.

Een SEO-landingspagina is een pagina die je bouwt rond één zoekvraag, met als doel bovenaan te komen in Google en de bezoeker die daarop binnenkomt direct naar een actie te leiden. Het verschil met een gewone pagina zit in de focus: één zoekintentie, één boodschap, één volgende stap.

Eén pagina, één zoekvraag

De pagina moet antwoord geven op precies de vraag die iemand in Google typte. Zoekt iemand op “airco laten installeren”, dan verwacht die persoon prijzen, doorlooptijd en een offerteknop. Niet een algemeen verhaal over koeltechniek. Google leest dat verschil af aan het gedrag van bezoekers: klikken ze door en blijven ze, of gaan ze terug naar de zoekresultaten?

Kies daarom per pagina één hoofdzoekwoord en een handvol varianten die dezelfde intentie hebben. Heb je twee duidelijk verschillende vragen, dan zijn dat twee pagina’s.

De opbouw die werkt

Genoeg tekst om de vraag volledig te beantwoorden, niet meer. Een pagina van 700 goed geschreven woorden verslaat een pagina van 2.000 opgevulde woorden.

Waar het in de praktijk misgaat

De meest gemaakte fout is een landingspagina bouwen die nergens vandaan te bereiken is. Hij staat in de sitemap, maar geen enkele andere pagina linkt ernaar. Google ziet zo’n pagina als bijzaak. Link er dus vanuit je menu, je diensten-overzicht of relevante blogs naartoe.

Fout twee: tien bijna identieke pagina’s maken voor tien plaatsnamen, met alleen de plaatsnaam vervangen. Dat werkt niet meer en het kost je vertrouwen. Maak een lokale pagina alleen als je er ook echt lokale inhoud in kunt zetten, zoals projecten in die plaats.

Fout drie: schrijven voor de zoekmachine en niet voor de klant. Een pagina die vier keer hetzelfde zoekwoord in een kop herhaalt, leest als spam. Schrijf zoals je het aan de telefoon zou uitleggen.

Wil je weten of je bestaande landingspagina’s de juiste zoekvragen dekken? Vraag een gratis SEO-scan aan, of bekijk hoe wij dit aanpakken op onze pagina over onze werkwijze.

KWFinder is een tool voor zoekwoordonderzoek van Mangools waarmee je zoekvolumes, moeilijkheidsscores en verwante zoektermen opzoekt. Het is bewust simpel gehouden en is daarmee een van de weinige betaalbare alternatieven voor de zware pakketten.

Wat de tool doet

Je typt een zoekwoord in, kiest een land en taal, en krijgt een lijst met verwante zoektermen. Per term zie je het geschatte maandelijkse zoekvolume, de trend over de afgelopen twaalf maanden, de kosten per klik en een moeilijkheidsscore van 0 tot 100. Die score schat in hoe zwaar de concurrentie op de eerste pagina is.

Naast zoekwoorden krijg je in het rechterpaneel de huidige top 10 te zien, met per resultaat het aantal verwijzende domeinen en een autoriteitsscore. Dat maakt het makkelijk om in te schatten of je überhaupt kans maakt.

Waar het sterk in is

Een voorbeeld: een schoonmaakbedrijf mikte op “schoonmaakbedrijf”, een term met hoge moeilijkheidsscore en landelijke concurrentie. In KWFinder rolde daaruit “schoonmaakbedrijf kantoor per uur prijs” met een fractie van het volume, maar een veel lagere moeilijkheid en veel concretere zoekintentie. Die pagina leverde binnen enkele maanden aanvragen op.

Waar het tekortschiet

De zoekvolumes zijn schattingen op basis van Google Keyword Planner-data en kunnen er flink naast zitten, zeker bij Nederlandse termen met een laag volume. Behandel ze als richting, niet als waarheid. Een term met “10 per maand” kan in de praktijk gewoon aanvragen opleveren.

Ook mist KWFinder de diepte van de grotere pakketten: geen serieuze backlink-analyse, geen technische crawl, beperkte historische data. Voor het bepalen van je zoekwoordenlijst is het prima. Voor een volledig beeld van je site heb je meer nodig.

Een tool doet trouwens geen zoekwoordonderzoek voor je. Hij levert een lijst; de keuze welke termen bij je dienst en je marge passen, blijft mensenwerk. Loop je daarin vast, dan kun je het SEO-werk uitbesteden.

Keywords Everywhere is een browserextensie die zoekvolume, kosten per klik en concurrentiedata rechtstreeks in je Google-zoekresultaten toont. Je hoeft dus geen aparte tool te openen: de cijfers verschijnen naast de zoekbalk terwijl je gewoon zoekt.

Hoe het werkt

Na installatie in Chrome, Firefox of Edge koppel je een API-sleutel. Zoek je daarna iets in Google, dan zie je onder de zoekbalk het geschatte maandvolume van je zoekopdracht. In de rechterkolom verschijnen twee lijsten: verwante zoekwoorden en “people also search for”. Ook op YouTube, Amazon, Bing en Google Trends toont de extensie data.

De extensie werkt met credits. Je koopt een tegoed en elke zoekopdracht waarvoor data wordt opgehaald, kost er een paar. Voor gericht gebruik is dat goedkoop; wie de hele dag met de extensie aan browst, verbrandt zijn tegoed snel.

Waarvoor je het gebruikt

De kracht zit in snelheid en context. Je bent al aan het zoeken, ziet welke resultaten Google teruggeeft, en ziet er meteen de volumes bij. Dat is een ander soort onderzoek dan een export uit een grote tool: je beoordeelt zoekwoord en zoekresultaat tegelijk.

Praktisch voorbeeld: je schrijft een artikel over “warmtepomp geluid”. Terwijl je zoekt zie je in de zijbalk dat “warmtepomp geluid decibel” en “warmtepomp geluid buren” apart worden gezocht. Dat zijn twee kopjes voor je artikel, gevonden zonder ook maar een tool te openen.

Waar je op moet letten

Gebruik Keywords Everywhere als verkenner en snelle sanity check, niet als het fundament onder je keuzes. Wie zijn volledige zoekwoordenstructuur wil opbouwen, heeft meer nodig dan een browserextensie. Dat werk zit standaard in onze SEO-pakketten.

Een redirectlijst is een overzicht waarin elke oude URL van je website gekoppeld is aan de nieuwe URL waar hij voortaan naartoe moet. Je hebt hem nodig zodra URL’s veranderen, dus bij een nieuwe website, een verhuizing naar een ander domein, een andere structuur of het samenvoegen van pagina’s. Zonder die lijst laat je bezoekers en zoekmachines tegen 404-pagina’s aanlopen, en gooi je de autoriteit weg die je oude pagina’s hadden opgebouwd.

Stap 1: verzamel alle oude URL’s

Je kunt niet redirecten wat je niet in beeld hebt, en één bron is nooit genoeg. Combineer daarom:

Gooi alles op één hoop, ontdubbel, en je hebt je vertrekpunt.

Stap 2: maak de mapping

Zet er twee kolommen naast elkaar: oude URL en nieuwe URL. Voor elke oude URL zoek je de nieuwe pagina die er inhoudelijk het dichtst bij zit. Dus /diensten/zoekmachine-optimalisatie-pakket-basis gaat naar /seo-pakketten/, niet naar je homepage.

De fout die het vaakst gemaakt wordt: alles wat niet direct te matchen is, naar de homepage sturen. Google ziet een redirect naar een pagina zonder inhoudelijke relatie als een soft 404 en behandelt hem alsof de oude pagina gewoon weg is. Je verliest dan alsnog alles. Is er echt geen goede vervanger, dan is een nette 410 of een 404 eerlijker dan een nutteloze redirect.

Gebruik een 301, niet een 302. Een 301 zegt dat de verhuizing permanent is en draagt de opgebouwde waarde over. Een 302 zegt dat het tijdelijk is, en dan blijft de oude URL in de index staan.

Stap 3: voorkom ketens en lussen

Een keten ontstaat als pagina A naar B verwijst, B naar C en C naar D. Elke stap kost tijd, en na een paar hops haakt een crawler af. Heb je eerder al eens een migratie gedaan, dan staan er waarschijnlijk nog oude redirects. Werk die bij zodat elke oude URL in één sprong op zijn eindbestemming komt.

Een lus, waarbij A naar B wijst en B weer naar A, maakt de pagina volledig onbereikbaar. Dat overkomt je vooral als twee mensen los van elkaar aan de redirects werken.

Stap 4: testen en nazorg

Voer de lijst niet blind in en ga weg. Doe het volgende:

  1. Neem voor livegang een steekproef van je twintig belangrijkste URL’s en controleer of ze op de juiste plek uitkomen met een 301.
  2. Crawl na livegang de oude URL-lijst opnieuw en filter op alles wat geen 301 teruggeeft.
  3. Dien je nieuwe sitemap in bij Search Console en houd het rapport met niet-geïndexeerde pagina’s de eerste weken dagelijks in de gaten.
  4. Update je interne links zodat ze rechtstreeks naar de nieuwe URL’s wijzen. Een redirect is een vangnet, geen permanente oplossing.

Rekening houden met een dip in de eerste weken is normaal. Zie je na een maand nog geen herstel, dan zit er iets structureels fout. Een gratis SEO-scan legt bloot waar het lek zit.

Zoekresultaten zijn de antwoorden die een zoekmachine toont na een zoekopdracht, samen gepresenteerd op de resultatenpagina die ook wel SERP heet (Search Engine Results Page). Die pagina bestaat allang niet meer uit tien blauwe links onder elkaar.

Waaruit een resultatenpagina bestaat

Op een gemiddelde Nederlandse zoekopdracht kom je een mengeling tegen van:

Waarom die opbouw ertoe doet

Positie 1 zegt weinig als je niet weet wat er boven positie 1 staat. Zoek eens op een term uit je eigen branche en tel wat er vóór het eerste organische resultaat komt. Bij “loodgieter Rotterdam” krijg je eerst advertenties, dan een kaart met drie bedrijven, en pas daarna het eerste gewone resultaat. Wie daar op nummer 1 staat maar niet in het lokale pakket verschijnt, mist het grootste deel van de klikken.

Dat betekent iets voor je aanpak. Bij lokale zoekopdrachten is je Google Bedrijfsprofiel vaak belangrijker dan je website, en verdient lokale SEO voorrang. Bij informatieve zoekopdrachten draait het juist om het antwoord dat in het uitgelichte fragment terechtkomt.

Wat er in de praktijk misgaat

Bedrijven kijken naar hun positie in een rankingtool en concluderen dat het goed gaat. Maar die tool meet één ding: de organische positie. Hij ziet niet dat er in de tussentijd een AI-samenvatting, een videocarrousel en vier advertenties boven zijn gekomen, waardoor je resultaat pas na twee keer scrollen in beeld komt.

Kijk daarom niet alleen naar posities, maar naar vertoningen en klikken in Google Search Console. Blijft je positie gelijk terwijl je doorklikratio zakt, dan is de resultatenpagina veranderd, niet je site.

Een Google-penalty is een straf waardoor je website zichtbaarheid verliest in de zoekresultaten. Er zijn twee smaken, en ze vragen om een compleet andere aanpak. Bij een handmatige maatregel heeft een medewerker van Google je site beoordeeld en beperkt. Bij een algoritmische daling beoordeelt een update je site simpelweg lager. Er zit geen mens tussen en er is geen bericht.

Stap 1: stel vast wat er aan de hand is

Voordat je iets repareert, moet je weten wat je repareert. Log in op Search Console en ga naar het rapport Handmatige maatregelen. Staat daar een melding, dan weet je precies waarom je bent geraakt en wat je moet oplossen.

Staat daar niets, dan is er geen penalty in de strikte zin. Kijk dan naar drie andere verklaringen:

Kijk daarom eerst naar de datum van je daling en leg die naast je eigen changelog. Is er die week iets aan de site gedaan, dan ligt het waarschijnlijk daar en niet bij Google.

Stap 2: een handmatige maatregel oplossen

De melding in Search Console noemt de reden. Meestal is dat onnatuurlijke links, dunne content zonder eigen waarde, verborgen tekst of gehackte content. Werk als volgt:

  1. Breng het probleem volledig in kaart. Bij een linkprobleem exporteer je je volledige linkprofiel en markeer je alles wat gekocht, geruild of via een netwerk geplaatst is.
  2. Ruim op, verwijder niet alleen af. Probeer eerst de links echt weg te laten halen bij de eigenaars van die sites. Documenteer elke poging, ook de mails die onbeantwoord blijven.
  3. Disavow wat je niet weg krijgt. Gebruik het disavow-bestand alleen voor links die je aantoonbaar niet verwijderd krijgt, en liefst op domeinniveau.
  4. Dien een reconsideration request in. Beschrijf wat er fout ging, wat je hebt gedaan, en wat je verandert zodat het niet terugkomt. Voeg je logboek toe. Een verzoek zonder bewijs wordt afgewezen.

Reken op een reactietermijn van enkele weken. Word je afgewezen, dan heb je niet genoeg opgeruimd. Ga niet opnieuw indienen met hetzelfde verhaal.

Stap 3: een algoritmische daling herstellen

Hier is geen knop om op te drukken en geen formulier om in te dienen. Je site wordt opnieuw beoordeeld zodra Google een volgende update uitrolt, en pas dan zie je of je werk effect had. Dat kan maanden duren, en dat is precies waarom mensen hier de verkeerde dingen doen: paniekerig van alles aanpassen zonder te meten.

Wat wel werkt: kijk eerlijk naar welke pagina’s zijn gedaald en vraag je af wat die pagina toevoegt dat een bezoeker nergens anders vindt. Een webshop met vijfhonderd categoriepagina’s met dezelfde uitgeschreven inleiding en alleen een ander plaatsnaampje erin, is een voorbeeld van iets dat het niet meer overleeft. Voeg eigen data toe, voeg pagina’s samen, of haal weg wat niets doet.

Wat je vooral niet doet

Niet je halve linkprofiel disavowen uit voorzorg. Je gooit daarmee ook goede links weg en je herstel wordt trager, niet sneller. Niet je hele site op noindex zetten om schoon te beginnen. En niet drie weken wachten op een wonder terwijl je nog nooit in Search Console hebt gekeken.

Weet je niet zeker in welke categorie je daling valt, laat er dan iemand met ervaring naar kijken. Een SEO-specialist ziet meestal binnen een uur of het om een straf, een update of een technische blunder gaat.

Keyword Surfer is een gratis Chrome-extensie van Surfer SEO die zoekvolumes, verwante zoektermen en contentgegevens direct in de Google-zoekresultaten laat zien. Het is de instapversie van het betaalde Surfer-pakket, zonder account of creditsysteem.

Wat je te zien krijgt

Zodra je zoekt, verschijnt onder de zoekbalk het geschatte maandvolume voor je zoekopdracht. In een zijpaneel staan verwante zoekwoorden met hun volume en de mate van overlap met de huidige zoekopdracht. Per organisch resultaat toont de extensie bovendien het geschatte maandelijkse verkeer van die pagina en het aantal woorden.

Vooral dat woordenaantal is nuttig. Zie je dat de tien resultaten op een zoekopdracht allemaal tussen de 400 en 700 woorden zitten, dan weet je dat een artikel van 2.500 woorden waarschijnlijk niet is wat de zoeker zoekt. Andersom: bestaan de resultaten uit uitgebreide gidsen van 2.000 woorden, dan kom je met een korte pagina niet ver.

Hoe je het inzet

De extensie is op zijn best tijdens het voorbereiden van een pagina. Je zoekt op het onderwerp, kijkt naar de resultaten die er al staan, en leest in één blik af hoeveel diepgang er nodig is en welke verwante termen erbij horen.

Voorbeeld: een installateur wil schrijven over “vloerverwarming aanleggen kosten”. De extensie laat zien dat de best presterende pagina’s rond de 900 woorden zitten en dat “vloerverwarming aanleggen prijs per m2” en “vloerverwarming frezen kosten” apart worden gezocht. Dat zijn twee kopjes en een prijstabel, in vijf minuten bepaald.

De grenzen

Als gratis hulpmiddel naast je gewone werk is het prima. Verwar het niet met een strategie: wat je gaat maken en waarom, bepaal je zelf.

Een crosslink is een link tussen twee websites die onder dezelfde eigenaar, groep of samenwerkingspartij vallen. In bredere zin gebruikt men de term ook voor wederzijdse links: site A linkt naar site B en site B linkt terug naar site A.

Waarom mensen het doen

Het idee is simpel. Links tussen websites zijn een van de sterkste signalen waarmee Google bepaalt hoe belangrijk een pagina is. Wie meerdere websites bezit, zoals een holding met vier merken, ligt de verleiding voor de hand om die sites onderling te laten linken en zo autoriteit door te geven.

Soms is dat volkomen normaal. Heeft een bouwbedrijf een aparte site voor zijn dakspecialisme, dan is een link vanuit de hoofdsite naar die specialistensite gewoon nuttig voor de bezoeker. Google heeft daar geen enkel bezwaar tegen.

Wanneer het misgaat

Het wordt problematisch zodra het patroon ontstaat waarbij links worden geplaatst met als enig doel rankings te beïnvloeden. Google noemt dat een linkschema. Herkenbare signalen:

Een concreet voorbeeld dat vaak fout gaat: een webbureau zet in de footer van elke klantwebsite een link “Website door [bureaunaam]” met de ankertekst “webdesign Rotterdam”. Twintig klanten later staan er twintig identieke, zoekwoordrijke links naar dezelfde pagina. Dat is precies het patroon dat Google negeert of afstraft. Een link met de bureaunaam als ankertekst is prima; twintig keer een commerciële zoekterm is dat niet.

Hoe je het wel doet

Link tussen je eigen sites alleen waar de bezoeker er iets aan heeft, met een natuurlijke ankertekst, vanuit de inhoud en niet vanuit een sjabloon. Vraag jezelf af of je de link ook zou plaatsen als Google morgen ophoudt te bestaan. Is het antwoord nee, laat hem dan weg.

De echte winst zit in links van sites die je niet bezit en die er redenen voor hebben. Dat is trager en meer werk, maar het is het enige dat blijft staan. Meer daarover lees je op onze pagina over linkbuilding uitbesteden.

HTTP staat voor HyperText Transfer Protocol en is de afspraak waarmee een browser en een webserver met elkaar praten. Elke keer dat je een pagina opent, stuurt je browser een HTTP-verzoek naar de server en stuurt de server een antwoord terug met de inhoud van de pagina.

Verzoek en antwoord

Een verzoek bestaat uit een methode (meestal GET om iets op te halen of POST om iets te versturen), een adres en een reeks headers met extra informatie. Het antwoord van de server begint met een statuscode. Die code is het eerste dat Google leest en bepaalt wat er met de pagina gebeurt.

Van HTTP naar HTTPS

Gewone HTTP verstuurt alles onversleuteld. HTTPS voegt daar een TLS-certificaat aan toe, waardoor het verkeer niet meeleesbaar is. Browsers markeren HTTP-sites inmiddels als “niet veilig” en Google gebruikt HTTPS al jaren als een licht positief signaal. Er is geen reden meer om een site zonder certificaat te draaien; via Let’s Encrypt is het gratis.

Waar het in de praktijk misgaat

De klassieke fout na een verhuizing naar HTTPS: de oude HTTP-versie blijft bereikbaar. De site is dan op vier adressen te openen (met en zonder www, met en zonder certificaat) en Google ziet vier keer dezelfde site. Kies één versie, verwijs de andere drie met een 301 door en zet die canonieke versie in je sitemap.

Een tweede veelvoorkomend probleem is de gemengde inhoud: de pagina zelf gaat via HTTPS, maar afbeeldingen of scripts worden nog via HTTP geladen. De browser toont dan alsnog een waarschuwing. Zoek in je database naar overgebleven http-adressen en vervang ze.

Twijfel je of dit op jouw site goed staat, dan komt het naar voren in een SEO-scan.

BellenGratis audit