Internationale SEO: meerdere landen en talen aanpakken
Internationale SEO is het geheel aan keuzes waarmee je een website vindbaar maakt in meerdere landen of talen, zodat een Belgische bezoeker de Belgische versie krijgt, een Duitse bezoeker de Duitse, en die versies elkaar niet wegdrukken in de zoekresultaten.
Eerst de domeinstructuur
Deze keuze maak je aan het begin en verander je liever nooit meer. Er zijn drie gangbare vormen:
- Landdomeinen (voorbeeld.nl, voorbeeld.de): het duidelijkste signaal naar zoekmachine en bezoeker, maar je bouwt per domein opnieuw autoriteit op en het beheer verdubbelt.
- Submappen (voorbeeld.com/nl/, voorbeeld.com/de/): alle autoriteit blijft op een domein, technisch het eenvoudigst, en voor de meeste bedrijven de verstandigste keuze.
- Subdomeinen (nl.voorbeeld.com): zit er tussenin en heeft in de praktijk de nadelen van beide.
Verkoop je in een land met een sterk lokaal koopgedrag en heb je daar een echte vestiging, dan verdient een landdomein zich terug. Test je een nieuwe markt, begin dan met een submap.
Hreflang: wie krijgt welke versie
Met een hreflang-annotatie vertel je Google welke taalversies er zijn en voor wie ze bedoeld zijn. Je gebruikt een taalcode, eventueel gevolgd door een landcode: nl-nl voor Nederland, nl-be voor Vlaanderen, de-de voor Duitsland.
Twee regels waar het meestal op stukloopt. Ten eerste moeten de verwijzingen wederkerig zijn: als de Nederlandse pagina naar de Belgische wijst, moet de Belgische terugwijzen naar de Nederlandse. Ontbreekt die terugverwijzing, dan negeert Google de hele set. Ten tweede verwijst elke pagina ook naar zichzelf. Voeg tot slot een x-default toe voor bezoekers die in geen enkele groep vallen.
Vertalen is niet lokaliseren
Een tekst door een vertaalmachine halen levert een leesbare pagina op, maar geen vindbare. Mensen zoeken in hun eigen woorden, en die woorden zijn niet altijd de vertaling van jouw woorden.
Neem Nederland en Vlaanderen: dezelfde taal, ander zoekgedrag. Een Vlaming zoekt op andere termen voor dezelfde dienst, betaalt met Bancontact in plaats van iDEAL, kent andere feestdagen en andere wetgeving. Een letterlijk vertaalde Nederlandse pagina scoort daar zelden. Doe voor elke markt apart zoekwoordonderzoek, pas prijzen, valuta, betaalmethodes, adresformaten en telefoonnummers aan, en laat een moedertaalspreker meelezen.
Wat er in de praktijk misgaat
- Automatisch doorsturen op basis van IP-adres. Googlebot crawlt meestal vanuit de Verenigde Staten en ziet dan alleen de Amerikaanse versie. De rest raakt niet geindexeerd. Bied een taalkeuze aan, dwing niets af.
- Hreflang die niet klopt. Een verkeerde landcode, een verwijzing naar een pagina met een noindex, of een keten van redirects binnen de set. Het effect is dat de hele annotatie genegeerd wordt.
- Identieke content op nl-nl en nl-be. Als beide versies letterlijk hetzelfde zijn, heeft de split geen inhoudelijke waarde en kies je beter voor een pagina.
- De taalkeuze verstopt in een dropdown zonder echte links, waardoor een crawler de andere versies niet kan bereiken.
Denk verder dan Google alleen
In West-Europa is Google de facto de enige zoekmachine die telt, maar dat verandert zodra je verder kijkt. In andere markten hebben lokale zoekmachines een fors marktaandeel en die hanteren hun eigen regels, hun eigen richtlijnen en soms een eigen registratieproces. Ga je die kant op, reken er dan niet op dat je Nederlandse aanpak zich laat kopieren.
Ook praktisch zaken tellen mee: de hostinglocatie en laadtijd aan de andere kant van de wereld, de vraag of je klantenservice in die taal bereikbaar is, en of je uberhaupt kunt leveren. Een pagina die goed scoort in een land waar je niet levert, kost je alleen maar geld.
Begin klein. Een goed uitgewerkte markt levert meer op dan vijf halfslachtige vertalingen. Wil je eerst weten hoe je site er nu voor staat, laat dan een SEO-scan doen voordat je uitbreidt.
« Back to Glossary Index